Singajo's world

Joe Speedboot

Posted in Uncategorized by singajo on zaterdag, 12 juli, 2008

Mijn vader is altijd mijn leesadviseur geweest. Hij verslindt boeken, leest er soms vijf tegelijk terwijl hij ondertussen ook nog naar de Tour de France kijkt met de koptelefoon op zijn hoofd waaruit de laatste nieuwsberichten in zijn hersenen stromen. Mijn vader moet dus wel beschikken over een geniaal brein. Al zeg ik het zelf. Iedere keer ik naar Lembeke ging, vroeg ik vader of hij nog een goed boek had gelezen en of ik dat dan kon lenen. Dan liep hij door zijn met papier volgestouwde bureau, keek naar de rekken en graaide er een boek uit dat mij misschien wel zou kunnen bekoren. Vorige zomer was dat Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Joe Speedboot staat sindsdien in mijn top vijf van meest favoriete boeken ooit. 

Ik heb gesmeekt om het boek mee te nemen in mijn koffer. Het mocht op voorwaarde dat ik een lijstje doorstuurde met de door vader onderlijnde passages. Dat doet vader altijd. Misschien ook daarom dat ik graag de boeken lees uit zijn kast. Soms vraag ik me af waarom hij een bepaalde zin heeft aangekruist. Soms zijn het gewoon mooie zinnen, dikwijls waarheden waar ik me ook in vinden kan.

Zonet het Lijstje met de Joe Speedboot zinnen teruggevonden:

“Radio is de verdoving van de werkman”, zei Joe.

Potijk vergeleek de insluiting van Lomark met verstikking; dit had meer invloed dan een subtiele redenering.

Lomark moest een eigen op- en afrit krijgen, een luchtpijp, een geasfalteerde rokerslong.

Wij waren altijd op onze hoede, lazen de teksten en beoordeelden ze naar voordeel of gevaar; wij leefden met een nerveuze neus in de wind, om zo te zeggen.

Ze vormden een wonderlijk contrast, het meisje van de wereld en ma, dat grove monument van zorg en arbeid.

Ik wist dat niets onmogelijk zou zijn voor haar, ze kreeg wat ze wilde, niemand weerstaat schoonheid met een wil.

Pa was stil van ontreddering, ik zag mijn eigen schaamte weerspiegeld in zijn ogen, en zo stonden we elkaar aan te gapen in die Spiegelzaal van Pijnlijkheden.

Hij hield cheque en schaal vast als een inboorling een stofzuiger.

We keken naar elkaar en glimlachten als bejaarden om een gedeelde herinnering.

Opeens voelden we ons nogal misplaatst in het Hafenrestaurant, tussen die menigte buitenmaatschappelijke elementen uit een wereld die échter – want harder – leek dan de onze.

Je hoeft alleen maar te weten wat nodig is, meer niet. Te veel weten leidt tot angst en angst tot stilstand.

Het zijn de ploeteraars die je vertellen dat je iets niet kan als je er niet bent voor opgeleid, maar talent trekt zich daar niets van aan. Talent bouwt de motor, de ploeteraar vult de olie bij, zo zit het.

Ik begreep eigenlijk maar 1 ding en dat was dat ik een blind verlangen had naar de tijd vooooor die mededeling, toen de constructie van de wereld nog niet was ontwricht.

Er was een verband tussen die familie en dingen die uit de lucht kwamen vallen, of dat nu honden waren of verkeerd bezorgde duizendponders van de geallieerde luchtmacht.

Ze droegen uitzinnige outfits die op de kunstacademie doorgingen voor uitingen van hoogstindividuele smaak; dat ze daarin nogal op elkaar leken was onbelangrijk.

Nu Engel dood was, kwamen die meisjes naar Lomark en verbaasden zich over zijn provinciale wortels en over zijn vader die leek op een wielrenner uit het zwart-wit tijdperk.

 Ik vermoedde dat de meisjes die ik vandaag rond Engels graf had gezien op een dag allemaal in dat soort programma’s te horen zouden zijn, met de ernst van een kind dat voor het eerst naar zijn drol in de pot staart.

 Bovendien had Metz de transparante redeneertrant van het depressieve gelijk, en dat interesseerde me.

 Een gezond, slank lichaam met een uitgebalanceerde BMI is in de commerciële propaganda het enige vehikel voor positief zelfbewustzijn, vriendschappen met andere gezonde, aantrekkelijke individuen en zelfverwerkelijking in de professionele sfeer.

De hoop die Joe’s komst eens veroorzaakte is gedoofd, wij zijn weer wat we waren en altijd zullen zijn. Joe is een verlosser zonder belofte; hij heeft geen vooruitgang gebracht, alleen beweging.

Ze is lelijk opgedroogd, zoals we hier zeggen wanneer een vrouw niet mooi oud wordt. Dof is ze, vermorzeld door de liefde.

Orde en zekerheid, door de eeuwen heen de enige eis die de burgerij aan haar autoriteiten stelt. 

 Joe Speedboot is ondertussen ook in Singapore een kleine held. Ik duw het boek in iedere Nederlandstalige zijn strot.

En dan ontmoet je bij toeval iemand die het boek ook al gelezen heeft en wondermooi vond.

En alleen daarom al, wordt hij je vriend.

Lang leve Joe Speedboot! 

Advertenties

Skypen met ma en pa

Posted in Skype by singajo on donderdag, 29 mei, 2008

Mams is niet zo vertrouwd met computers. En ze slaat altijd in paniek als de pc vraagt of ze de verbinding moet verbreken of behouden. “Jef! Jef!”, roept ze dan naar mijn vader, “dat ding wil hier iets van mij.” En dan zie ik pa verschijnen met een pet op zijn hoofd. Hij sleurt dan de koptelefoon van moeders hoofd en zegt tegen mij:”doki gij schrijft geen Nederlands maar Vlaams. En het is geen stoefertje maar een lefdoekje. En let vooral op de stamtijden van slaan en slagen! Jaaa Paaaa.” En dan gaat hij er vandoor en dan vraagt ma hoe warm het hier is en dan zegt ze dat het in Dubai veel warmer is, 42 graden, en dat weet ze omdat de dochter van de buren daar woont en de buurman iedere ochtend een “druppeltje” komt drinken en ze dan samen babbelen over hun ‘kinders’ in het buitenland.

Moeder vond vandaag dat ik toch wel eens iets aan mijn haren zou moeten doen want dat het weinig gepast is om op mijn leeftijd (!) nog van dat lange wilde haar te dragen. Liever zou ze mij zien met een deftig coupe carréke en ze heeft alweer gepoogd om mij te overtuigen van de kwaliteiten van zo’n net kapsel maar ze is daar tot haar groot gezucht niet in geslaagd. En dan verschijnt pa weer in beeld met een megagrote en blitse zonnebril op zijn hoofd en dan roept hij: “Wa vind ge van mijnen windbril ? Sympie heeft hem meegebracht uit New York!” En dan zeg ik dat hij er uitziet als een ruige rockster en dan kijkt hij als een fiere gieter en dan zegt mijn moeder streng: “Jef doe dat gevaarte van uw hoofd. Ik ben daar helemaal niet wild van.” En dan doet pa die bril af en dan zie ik dat hij nog een andere zonnebril onder die ene aangeeft en dan vraag ik: “waar is dat nu voor nodig?” En dan zegt mijn moeder: “voor de show.” Mijn vader verdwijnt dan weer en dan vertelt moeder over Poes, haar gedrilde kat, en dat die poes nu op dieet is en dat ze maar 1 portie regimekorrels per dag krijgt en dat ze al veel vermagerd is, doch nu last heeft van veel te veel  uitgerokken buikvel dat haast over de vloer sliert als poes zich verplaatst. Dan komt pa weer binnen en dan vraagt hij of ik het “verdriet van Belgie” al heb gelezen en dat hij denkt dat dit geen boek is voor mensen jonger dan vijftig maar dat het wel goed is en dat hij vandaag het gras zal afrijden want dat het er het weer voor is.  En dan valt opeens het beeld uit in Lembeke en dan schreeuwt mijn moeder:’Jef! Jef! Ze is weg. Waar is ze? Hallo Hallo? IK zie niets! Jef! Jef! Ze is weg.” En dan zie ik wel hoe mijn vader aan de computer staat te prutsen en vloekt terwijl mijn moeder bijna met haar neus in het scherm plakt en het beeld weer aanschiet en ze opgelucht en enthousiast roept: ”Aha! Daar ben je weer, we waren u kwijt.”

Vader zie ik op de achtergrond in zijn bibliotheek neuzen maar hij is niet op zoek naar een boek maar wel naar zijn walk-man en zijn digitale camera want hij wil gaan fietsen en dan luistert hij terwijl hij trapt naar discusieprogramma’s op de radio en soms stopt hij langs de Vlaamse wegen om een foto te nemen van een schone boom of een raar huis zodat hij dat aan moeder kan tonen bij thuiskomst en dan heeft ze precies het zelfde ritje meegemaakt. Hij vindt zijn camera niet en verlaat mompelend zijn bureau en mijn moeder begint enthousiast te vertellen over hun reis naar Frankrijk, doch dat het jammer was van het weer want dat dat weer slecht was terwijl het in Belgie de voorbije weken zo prachtig was geweest. En dan vraagt ze hoe het gaat met de koloniaal en dan zeg ik dat ik hem ga roepen en dan zegt zij: “neen neen mijn haar is niet gekamt!”, en dan staat de koloniaal daar en dan is mijn moeder heel blij want ze kijkt graag naar de koloniaal. En dan zegt ze dat ze hem een T-shirt had willen kopen in “Le Palais Ideal” van Ferdinand Cheval maar dat ze alleen nog kleine maatjes hadden en ze dan maar eentje heeft gekocht voor Noah met wie ze volgende week maandag naar Plopsaland gaan en dat Noah heel hard uitkijkt naar die dag. En dan zegt de koloniaal saluut en tot de volgende keer en als hij weg is zegt ze dat ik toch wel een charmante man heb en dat ze begrijpt dat ik voor hem naar hier gekomen ben. En dan roept ze: “Wie is er daar??” En dan hoor ik in de verte een stem en dan roept moeder: “Kareltjen! Kareltjen, kom ne keer goeiendag zeggen tegen mijn dochter” en dan smeek ik: “neeeeeen ma, neeen ik heb daar nu geen zin in” en dan staat Kareltjen daar opeens en dan weet ik niet wat gezegd en dan gaat mijn moeder even weg en poog ik een gesprek met een van de buren en dan komt vader terug binnen met zijn fietsattributen ter hand en begint hij met Kareltjen te praten over de koers  en dan komt moeder terug binnen en en zegt ze  dat ze mij moet laten want dat ook nonkel stefan is binnengekomen en dat het trouwens tijd wordt dat ze aan de soep begint en dat het vandaag tomatensoep met balletjes is zoals meme kaprijke die vroeger maakte en dat ik er toch eens moet over nadenken om mijn haar te knippen en dat het nu al de derde sigaret is die ze me ziet roken tijdens ons gesprek en dat ik er moet mee stoppen want dat ik heel veel rimpels ga krijgen en kanker en andere ziekten en dat sigaretten stinken en dat ik mezelf om zeep help en dat dat heel heel dom van me is maar dat ik wel een schatje ben. Daaag tot de volgende keer. 

Altijd grappig, zo skypen met ma en pa.