Singajo's world

downstairs

Posted in filmpjes by singajo on dinsdag, 13 april, 2010

toen ik ze zo zag staan van bovenaf
wou ik ze u tonen,
al die pronkerige bloemstukken
ter ere van de zingende-meisjes-bar
ze hebben iets van begrafenisboeketten

maar binnenin was er dan toch geen koffietafel …

Advertenties

de zonen van zaki

Posted in Uncategorized by singajo on zondag, 17 januari, 2010

gisteren waren de zonen van zaki te gast in zouk, een hippe club vol dronken minirokjes

het was uit puur chauvinisme dat ik ging kijken want een clubgirl ben ik niet

en ook wel: al die jaren geleden, toen ze nog niet wereldberoemd waren

draaiden ze op 1 van de beste feestjes ooit in een amsterdams museum

ik had uit voorzorg m’n danslaarsjes aangetrokken gisteren

een pepdrankje gedronken ook

maar het was  anders

minder feest

meer show

pure, steengoede showbizz eigenlijk

 met heerlijke visuals, onverwachte mixen

en nummers die ik in geen tijden had gehoord

het was awsome,

zoals we hier zeggen

en blinkend  gingen we buiten

proud to be a belgian too!

Tagged with: , ,

Moest Vanfleteren daarom van de muur?

Posted in A Sory of the Image, filmpjes by singajo on maandag, 14 september, 2009

Hij is hier dus geweest,
meneer de minister,
en dat was helaas voor het stephan vanfleteren incident
anders had ik hem zeker gevraagd
waarom?

***
Personnage is een werk van Narcisse Tordoir

meneer Boeddha

Posted in Uncategorized by singajo on dinsdag, 21 april, 2009

Dit is meneer Boeddha die in de tempel achter ons dak aanbeden wordt.

Om zes uur ’s ochtends slaat de gong voor hem.

En weet ik hoe laat het is.

De opzichters en verkoopsters van wierrookstokjes amuseren zich best tijdens het werk.

Spelletje kaart spelen,

potje noedels naar binnen slaan.

Nagels lakken.

Terwijl de ventilatorman voor een briesje zorgt.

Ik ga daar soms wierrook branden.

Omdat het lekker ruikt.

Voor Nur Nur. 

Omdat ik dan even stil word,

En de onrust uit mijn lijf wegebt.

En ook wel omdat ik hoop dat het helpt.

Vereren als je niet gelooft.

Tagged with: , , ,

Zijne Doorluchtige Hoogheid

Posted in Uncategorized by singajo on maandag, 13 oktober, 2008

Toeters en bellen. Tromgeroffel en trompetgeblaas: Prins Filip komt naar Singapore! Om de een of andere reden zorgt dit heugelijke feit voor heel wat jolijt. U moet weten dat de hier residerende Belgen een keer per jaar worden uitgenodigd in de ambtswoning van meneer Calcoen, u weet wel, de Belgische ambassadeur ter plaatste. Normaliter gebeurt dit op de dag van de dynastie, hier ook wel King’s Day genoemd. Dan trekken we allemaal naar zijn ruim bemeten villa met zwembad om ons aldaar vol te proppen met stoofvlees en frieten met mayonaise  en exquise wijnen. Een prachtinitiatief, dat moet gezegd. Vorig jaar hebben we het daar goed bont gemaakt, al heeft  uiteindelijk niemand het gewaagd om in het gladgestreken zwembad te springen. De voornemens voor dit jaar zijn anders en wel omdat wij daar in de gelegenheid zullen zijn om luchtige gesprekjes te voeren met Zijne Doorluchtige Hoogheid prins Filip from Belgium, die dit jaar het evenement zal opvrolijken met zijn immer flamboyante verschijning en onvergetelijke oneliners. We gaan het protocol doorbreken en den Filip onderwerpen aan een vraaggesprek. Daarvoor hebben we U nodig! Wat heeft u altijd al willen weten van onze Doorluchtige Hoogheid?

Stel hier uw vraag. Een tienkoppige jury zal de vijf origineelste, gedurfde en interessantste selecteren en ondergetekende zal er alles aan doen om de antwoorden alhier waarheidsgetrouw te berichten. Als u wil dat we hem in het zwembad gooien: dat kan natuurlijk ook, maar daar vragen we geld voor. En veel.

King’s Day wordt dit jaar niet gevierd op de Dag van de Dynastie en wel omdat Zijne Doorluchtige Hoogheid pas eind november naar ons eiland afzakt. Wij moeten dus twee weken langer dan voorzien wachten op onze jaarlijkse portie stoofvlees met frieten. En dat vinden we heel erg. Al maakt het vooruitzicht  op promiscue foto’s veel goed. 

Sneeuw in Singapore

Posted in Uncategorized by singajo on maandag, 29 september, 2008

Met dank aan Hans Op De Beeck kun je hier dezer dagen in zomerjurk en gelegen in een comfortabele fauteuil genieten van een wondermooi driedimensionaal sneeuwlandschap. Met kale bomen en al. De vrieskou druipt eraf. Het is een mistig, desolaat tableau. Geen echt tableau maar een installatie zoals dat in kunsttermen heet.  Meneer Op De Beeck  en zijn artificiële sneeuw zijn de Belgische vertegenwoordiging op de plaatselijke biënnale. En het is een vertegenwoordiging om fier op te zijn. Ik kan niet ontkennen dat er me  een lichte vorm van positief chauvinisme overviel toen ik me daar, gedrapeerd in de wit lederen zakzetel en goed en wel transpirerend, trachtte in te beelden  hoe het voelt. Lopen door  verse sneeuw. Met een vochtige neus en verkleumde vingers. Het geluid, de sensatie  als je een voet neerplant in die poreuze, witte massa. Maar dat inbeelden lukte niet. Het was te heet in de containerconstructie, het kunstwerk van een Jap met een moeilijke naam, waarin Op De Beeck zijn sneeuw toch niet smolt. En dat was juist mooi.

Ik heb iets met sneeuw. Simon the snowflake. Zo noemt hij in mijn hoofd. Hij is een nieuwsgierig vlokje en maakt een vrije val uit een wolk tijdens het verkeerde seizoen. Zijn moeder had gesmeekt om het niet te doen, “want nooit ie er iemand weergekeerd van die bol met al dat water”, maar Simon the snowflake’s drang naar avontuur was sterker dan de meer gangbare vorm van een vlokjesleven. Dus hij sprong zonder om te kijken, zonder een kreet te slaken. Hij riep alleen maar “Jippieeeee” toen hij daar plots in het ijle zweefde. Het duurde niet lang of er kwam een mug naast hem hangen daar ergens in de lucht boven een onbelangrijk Vlaams dorp met veel weiden en  pisbloemen. De mug brak bijna een vleugel van ’t verschot toen hij dat wit geval langzaam zwenkend, van links naar rechts en toch vastberaden op hem af zag komen. Maar het zag er niet gevaarlijk uit, “eerder iets extraterraal dan een gevaarlijke Nazi”, dacht de mug en hij knikte vriendelijk goeie dag. “Hi, i’m Simon the snowflake”. “The Snowflake?”, vroeg de mug zichtbaar verbaasd, “die naam hoor je hier niet veel. Ik ben gewoon Mug Tipulida” …. 

Simon the snowflake was op zijn reis meegevlogen op de rug van een Vlaamse Gaai, had hier en daar met zijn verschijning voor een paar luchtruimaccidenten gezorgd maar was uiteindelijk ongeschonden  en wel tussen het kietelende gras geland. Ergens in de wei van een onbelangrijk Vlaams dorp zonder pisbloemen. Er stonden klaprozen. Meer klaprozen dan dat hij ooit sneeuwvlokken had gezien. Het moet zowat het meest spectaculaire zijn geweest dat hem in zijn hele leven was overkomen. Overweldigend.  Vurig mooi. En hij smolt.  

Beste Sven,

Posted in Uncategorized by singajo on donderdag, 4 september, 2008

Excuses, mijn reactie op jouw reactie (drie posts naar beneden) is een beetje lang uitgevallen, vandaar deze brief.

Eerst en vooral: we doen hier veel meer dan luiweg in ons bed naar de regen staren.  Leven van de liefde is mooi, al moeten de broden waar we ons mee voeden helaas ook worden betaald…

Geloof het of niet, vorige week moest ik aan jou, en nog veel andere leerkrachten in België denken. Dat kwam zo:  we waren op een feestje ten huize Mister O., de ex-leraar English Literature van de Nageboorte. Mister O. is een , zacht uitgedrukt, fijn geflipte Tanzaniaan die hier al jaren Engels doceert. Eerst deed hij dat op een gerenommeerde international school, waar hij z’n jonge welpen iets trachtte bij te brengen over de literaire kunsten van Shakespaere en co., en tegenwoordig amuseert de man zich met het aanleren van basis kennis Engels aan Chinese receptionistes die door hun werkgever naar dit eiland worden overgevlogen omdat alleen maar Chinees misschien een beetje weinig is, nu China druk bezig is met de verovering van de wereld. Mister O. schept ontzettend veel genoegen in dat doceren van een simplistische versie van de Angelsaksische taal. “How do you do? My name is Chin. What is your name? Can I help you please?’ Dat soort dingen onderwijst de man dezer dagen als hij voor de klas staat. Zijn huis was overvloedig bezaaid met buitenlandse leerkrachten die van wiskunde tot voetbal doceerden. En wat opviel: geen een sprak er over schoolse perikelen, de werkdruk in het onderwijs, niemand klaagde over de jeugd van tegenwoordig, niemand zeikte over zijn pensioenspaarplan, allemaal stonden ze daar met een welgemeende smile on their face, genietend van de zwoele avondtemperaturen, ondanks hun leeftijd fris en jong, blij en lachend met de simplistische uitspraken van hun studentinnen, zij waren die avond immers de giechelende bloemen in de tuin. 

Begrijp me niet verkeerd, ik weet heus wel dat er in België gemotiveerde leerkrachten zijn. Ik en er menig, en daar ben jij ook een van, maar helaas ken ik er ook een pak, misschien wel meer, van het andere soort. Grauwaards. Mensen die al nachtmerries krijgen halfweg augustus omdat ze zestien dagen later alweer voor een bende joelende pubers zullen staan die niet geïnteresseerd zijn in wat zij op het bord schrijven, leerkrachten die al huiveren bij de gedachte aan de eerste klassenraad, bij de gedachte aan dat kreng van een gepensioneerde non die ondanks haar op rust zijnde status de plak blijft zwaaien op school. En dan sta ik daar voor die gestuikte, donkere en ‘witty’ Mister O., die al lachend en super enthousiast zijn centen verdient, iemand die er van geniet dat hij  Chineesjes “Can I help you”, leert zeggen en in zijn vrije tijd vooral  het leven smaakt. En dan zeg ik; “you are really an a-typical teacher en dan vraag ik; “How comes? That all teachers look so happy here? En dan zegt hij: “The palm trees. The sun and the dive in the swimmingpool at sunset.”

Misschien wat simplistisch, maar ik geloof het echt wel: het leven in de Tropen is verslavend. Niet alleen voor de redenen die hij aangeeft, maar vooral, dat is toch mijn gevoel omdat je hier als buitenlander precies op een andere planeet vertoeft, een planeet waar je zonder twijfel gefrustreerd zou kunnen raken  – iedereen weet dat Singapore een artificiële stadstaat is met weinig voedsel om de culturele honger te stillen, met wansmakelijk geklede mensen (ik moet er van kotsen, zei een vriendin me onlangs), mensen die hun mening niet durven uiten en met geprefereerde hobby collectief shoppen – maar anderzijds houdt die vreemde wereld je wel wakker, doet hij je nadenken over wat je wel en niet graag wil, en zoals overal vind je ook hier  gelijkgezinden, mensen met dezelfde dromen en smaken, deze stad houdt je wakker of je overleeft hier niet. Leerkrachten op internationale scholen MOETEN gemotiveerd zijn want hier kun je alleen maar dromen van een vaste benoeming die je dan luiweg en met een zure en gefrustreerde smoel kunt uitzitten tot aan je pensioen. Alleen de gepassioneerden mogen blijven, alleen de overtuigd gemotiveerden kunnen hier aan de slag.

Jij dus. Geen zin, Sven, om een collega te worden van Mister O?

Zwoele tropengroeten,

Singajo.

Roof with a view

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 23 juli, 2008

Zou hij haar vragen of ze meer doet dan alleen meedrinken? Vraagt hij of hij onder haar jurk mag voelen als hij daar goed voor betaalt? Of is hij misschien haar vader die twee nonkels heeft meegebracht om dochter lief al dan niet met geweld uit dit oord van verderf te halen?

De nieuwe karaokebar links beneden ons dak zorgt voor geurende, filmische taferelen. Als de tent ’s avonds de deuren opent, komen de sierlijk geklede working girls naar buiten om wierrook te branden in het miniatuurtempeltje dat ze hebben opgesteld in het openlucht voorportaal. Ze lijken wel sprookjesprinsessen in hun doorgaans lange avondjurken. De geur van de opbrandende stokjes waait naar boven, naar ons dak. “Zouden ze smeken bij de goden om een klantrijke avond?”, vraag ik me af. Of eerder om de stem van een nachtegaal? Want als mannen betoverd raken door hun gezang, brengt dat veel geld in de kassa. En krijgen zij een lint of bloemenkrans rond hun buste gedrapeerd.

Du jamais vu zijn ook de subtiele verleidingskunsten die de ‘uitzuipsters’, etaleren om manvolk financieel lichter te maken. Ze doen het geraffineerd, haast onzichtbaar, alsof hun smalltalk geen bijbedoelingen heeft.

Gluren naar de buren. Van op ons dak voelt het als kijken naar mysterieuze film.

Tagged with: , ,

Dan drinkt een mens eens water

Posted in Uncategorized by singajo on zondag, 8 juni, 2008

We zitten op het afbrokkelende  terras van “Memories”, een bar in een louche uitloper van Chinatown. Purperen, burchtachtige muren. Het lijkt de entree van een spookkasteel. In de valslederen, afpellende zetels hangen ‘working girls’ zonder werk. Met blote buiken, korte shortjes en plastieken laarzen aan. Op verlaten tafels staan lege flessen Tiger beer en overvolle asbakken.  “Memoires’ is nogal muft en ranzig.  En zeker het type bar waar doorsnee Chinezen gek op zijn. Een karaoke installatie, een pooltable en de nodige tv-schermen tegen het plafond. Meer moet dat niet zijn. Ze vergapen zich met graagte aan catch-wedstrijden met van die overgespierde venten voorzien van  een domme Amerikaanse kop. En meekwelen met tjingeltjang lovesongs is iets waar ze zich uitermate goed bij voelen. Het lijkt hier bijwijlen een basisbehoefte. 

We zijn met vier en bestellen een karaf bier en een glas spuitwater. Een vers geimporteerd meisje uit China plant alles op onze tafel neer en vraagt 37 dollar. Vriend Alberto trekt een bedenkelijk hoofd maar betaalt.  

Ik vraag: “How much do you charge for the glass of water?”

“Twelfe dollar”, zegt ze met afgestreken gezicht.

Ik zeg: “you must be kidding.”

En zij zegt: “Nooooo! Sodawater we charge same price as cocktail.”

“Very logic. You must be kidding”, herhaal ik.

“No, no”, antwoordt ze bloedserieus maar twijfelend. Ze loopt naar haar baas, een jonge Chinees, die een fles wiskey aan het leeg maken is met zijn maten in het zetelstel achter het onze. Er volgt een discussie in een taal die ik niet begrijp.

 “Okay”, zegt hij. “For you we’ll only charge 10 dollar.”

We lachen.

Ik zeg hem dat hij inkopen moet doen in de Thaise supermarkt in onze straat want dat ge daar 24 soda’s krijgt voor 10 dollar en dat ik wel begrijp dat een mens winst moet maken maar dat meer dan 240% nemen op een glas water me toch wel absurd overkomt, en dat het onbegrijpelijk is dat een watertje evenveel kost als een vodka tonic. Al zeker omdat zijn bar nu ook weer niet de allures heeft van een Hyatt hotel of zoiets.

Daar had hij nog niet over nagedacht. Hij loopt naar binnen met achter zich het vers geimporteerde meisje. Het meisje komt na twee minuten terug buiten met het wisselgeld en een extra glas water. “We don’t charge you this glass”, zegt ze fier.”Free for you and only 8 dollar for the first glass. Okay?”

Voor rede vatbaar, die Chinezen, maar ge moet er wel mee opletten. Altijd.

Xiaohei

Posted in Uncategorized by singajo on dinsdag, 6 mei, 2008

Om de hoek, in Race Course Road, is er een een heel kneuterig kruidenierswinkeltje. Nogal groezelig. Je moet er soms over Indische constructionworkers stappen die liggen te pitten in het portaal.

De kassier is een geblokte geelhuid die teveel aan bodybuilding doet, zijn nek is even breed als zijn hoofd en zijn armen: bovenmaats gespierd. Hij pronkt er graag mee, draagt altijd singlets.

Op de vervallen comptoir met versleten kassa staat zijn degelijke pc. Hij zit er doorgaans met een hand loomgeweg op te tokkelen terwijl zijn andere hand de een of andere kat aait die meekijkt naar het scherm. Vandaag een zwart geval zonder staart. Ik legde de zak suiker en doos melk op de plank en  aaide de poes die meteen begon te miaauwen. De geblokte kerel keek naar mij en sprak. Dat doet hij anders nooit. 

She ate my little bild”, zei hij verbauwereerd.

Ik glimlachtte. Doe ik wel vaker als ik geen jota versta van wat men mij zegt. Maar hij bleef het herhalen. “She ate my little bild”.

En hij keek opeens heel triest, die anders zo stoere jongen.

Hij wees naar de lege vogelkooi.

“Oooh, I see”, stammelde ik.

She had his head in her mouth this molning.”

Zijn ogen spraken oorlog toen hij Xiaohei aankeek. Xia-o-hei. “It means: small black”, zei hij.

“But you still like Small Black?”, probeerde ik onze eerste conversatie te rekken.

“She’s my favoulite. I have eight cats. But she is the sweetest.”

We keken beiden naar het beest. Ik met een goedkeurende blik, bewonderend ook wel omdat het een typisch valse kat was, die daar goedzakkerig braaf op de contoir lag te ronken terwijl ze iets heel gemeens had gedaan. Maar wel iets typisch kats. Katten horen toch te jagen? En als ze vangen: chapeau! Hoed af. De jongen leek zich ondertussen voor te stellen hoe zijn vogeltje lag te weken in Small Black’s maag. Heel even maar, want plots begon Xiaohei hevig te schudden met haar lijfje. Kokhalzen. En toen lag het natte halfverteerde kopje van ‘little bild” tussen de handgeschreven facturen en andere briefwisseling. “Your little bird!”, riep ik bijna enthousiast. Xiaohei sprong naar beneden, wilde waarschijnlijk even doorspoelen met een slokje water. 

“My little bild’, fluisterde  de jongen. Hij  verpakte zijn hand in een rode plastic zak en veegde zo de bloederige massa samen. Vijf tellen later lag little bild in de vuilbak. “Xia-o-hei” riep de jongen met ongeruste stem terwijl hij zoekend in het rond keek. Al snel stond de ranke zwarte rond zijn been te flemen.

De jongen nam de kat op. “Are you allright sweety?” En de kat ronkte.

She’s my favoulite,” zei hij.

 

Tagged with: , ,