Singajo's world

downstairs

Posted in filmpjes by singajo on dinsdag, 13 april, 2010

toen ik ze zo zag staan van bovenaf
wou ik ze u tonen,
al die pronkerige bloemstukken
ter ere van de zingende-meisjes-bar
ze hebben iets van begrafenisboeketten

maar binnenin was er dan toch geen koffietafel …

Advertenties

het huis aan de overkant

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 30 september, 2009

huis

Al enkele dagen horen we geen stainless steel gerommel meer
de mooie en bedrijvige winkel is weg – foetsie – alsof hij er nooit is geweest
we horen slijpschijven, hamers, drilboren
en op de verdieping ter hoogte van ons dak
zijn ze kruipkotjes aan het maken
nette, frisse kames met aircon.
Gloednieuw.
Er waren al een hele tijd geen bewoners meer te spotten
doorgaans werd daar een bende constructionworkers te slapen gelegd,
of een groep Indonesiche meiden – het balkon altijd overpuilend van de propere was

Gezien de aircons
zal er geen nieuwe lading contruction workers arriveren
zo vermoedt de koloniaal
noch een dozijn vers ge-importeerde meiden
gezien de aircons
vrezen wij voor wit
voor toeristen
voor een hotel
en dat is
geen geruststellende gedachte

Tagged with:

Ochtendtafereel

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 13 mei, 2009

Zo is het gegaan. Ik opende mijn ogen en hij stond voor ons bed. Ik kende hem niet. Ik besefte eerst niet goed dat ik niet droomde. Dat dit echt was. Ik was mij opeens heel bewust van mijn naaktheid en die van m’n koloniaal die rustig naast me lag te ronken. Hij stond in mijn sjakosj te kijken.  En toen schreeuwde ik het uit. Hij probeerde weg te lopen en ik ben op hem gesprongen als een nijlpaard. De koloniaal, uit zijn dromen gehaald door mijn gekrijs, sprong er ook op.

Het zag er heel raar uit, denk ik, zo twee naakte blanken die een Chinees probeerden te vangen. Hij was sterk en dacht alleen maar aan ontsnappen. Wij zegden: ”no way, we call the police.” Hij trok zich los, zei dat hij niets gestolen had, dat het een vergissing was, “i was looking for a friend”, probeerde dat stuk crapuul. De koloniaal vloog er terug op, ondertussen waren we in de lifthall. Ze gaven elkaar rake slagen. De koloniaal zei: “Maak een foto van die eikel”.

Ik hoop dat ge u kunt voorstellen dat ik nogal nerveus was, een beetje beefde zelfs – zodanig eigenlijk dat ik eerst het fototoestel niet kon vinden en vervolgens met moeite het apparaat  kon vasthouden met als resultaat onscherpe beelden van een naakte koloniaal in worstelhouding met een spitse  – niet identificeerbare – Chinees.

De koloniaal riep: ‘Bel de politie!” dus liep ik naar het terras als een kieken zonder kop maar nog voor ik er was, kwam hij achter me aangelopen en riep hij dat hij van ons dak zou springen. Oh neen, oh neen – ik wou geen lijk op onze stoep en ik gooide me terug met volle gewicht op zijn lichaam. Dat deed de koloniaal ook. En toch, en toch raakte hij los uit onze klauwen door zich van zijn T-shirt te ontdoen, hij liep mijn frangipaneboom omver en kroop over de dakrand. En ik schreewde en riep NOOOOOOOOOOOOOOOOOOO – en hij klauterde over de muur bij onze aunty buurvrouw die haar dagelijkse ochtendwas aan het ophangen was en ik hoorde haar gillen en ik hoorde een deur toeslaan en dan niets meer. Ik belde naar de 100 maar eigenlijk moest ik naar de 999 bellen en ik zei tegen het vrouwmens aan de andere kant dat er een boef  was en dat hij nu bij de buren zat en dat ze dringend moesten komen. En toen keek ik op en was de koloniaal weg. En toen heb ik een jurk aangetrokken  en ben ik naar beneden gelopen en zag ik de fiets van de dief voor de deur staan maar nergens zag ik de koloniaal. De koloniaal had een broek aangetrokken tussen het vechten door, hij had gezegd: “zeg geef mij eens een broek ik sta hier zo lullig.” Dat was een vrij komisch moment in het hele gebeuren, bedacht ik me  maar nu maakte ik me ook wel zorgen – de koloniaal had klappen gekregen, ik had hem zien vliegen en botsen van het gasfornuis tegen de keukendeur, hoe zijn hoofd tegen de vloer knetterde. Ik liep weer naar boven, zocht een sigaret en vond er alleen maar in de tas van de dief. In zijn tas zat nog een T-shirt en een vrouwenhorloge en een koptelefoon en een pakje muntjes en een heel oud biljet van 1 dollar. En toen ben ik naar de rand van het dak gelopen en heb ik mijn kop over de railing gestoken en “hello – hello” geroepen. En toen kwam onze aunty buurvrouw naar buiten en ze schudde en beefde maar we konden niet veel zeggen tegen elkaar want zij spreekt geen Engels en ik nog minder Chinees. En toen zag ik de koloniaal beneden lopen en ben ik terug in de lift gesprongen, mijn prins omhelsd. Hij dacht dat de dief was ontsnapt via het raam op de tweede verdieping next door.

En toen, eindelijk maar veel te laat stonden ze daar: twee snotaap flikken en het eerste wat ze vroegen was onze identity card. Wat er toen volgde was ook niet mis. Ze kwamen in ons dakhuis dat er nogal woest uitzag, en gedroegen  zich alsof er een moord was gebeurd, zo ongeveer.  

We mochten nergens aankomen en moesten wachten op de recherche fotograaf die niet veel later kwam binnenwandelen en er een beetje uitzag als een gangster uit Geylang. Hij plaatste overal plakkaatjes bij het bewijsmateriaal. De dief had zijn schoenen achtergelaten, zijn pet slingerde ergens rond en op ons terras lagen zijn T-shirt en tas. En ook mijn frangipaneboom lag dood te bloeden, wit bloed droop eruit. Het pakje geïmporteerde sigaretten was ondertussen bijna op.

De buurvrouw werd er bijgehaald en daar 1 van de snotaap flikken heel kundig was in de Hokkientaal kwamen we te weten dat zij hem uitgelaten heeft. Dat ze vier verdiepen langs de trap met die half naakte man is nedergedaald om de deur voor hem open te maken want hij had haar gezegd dat wij hem pijn hadden proberen doen.  Stel u voor. Toen stonden er opeens nog twee ander flikken in ons huis, de ene zag er heel matuur uit, maar ook wel louche vond ik. Hij was helemaal weg van ons dak, bewonderde de planten en onze rommelige levensstijl. “This is really how people should live”, glimlachte hij. Ondertussen was de bewijzenman met gehandschoende handen foto’s aan het nemen en de twee snotaap flikken dropen af. Hun uitgelopen nachtshift zat er op. Nu moesten we nog wachten op de investigator, want de gewone flikken mochten geen verklaring af nemen, die waren alleen goed om een tasje koffie te drinken en me te overhalen om een plaatje op te leggen. Het was hier best gezellig. De investigator was ook weggelopen uit een film. Gladde schone jongen. Beetje dandy. Meticuleus ondervroeg hij ons terwijl de  gewone flikken stonden te keuvelen aan de dakrand. Ik kan u zeggen: het was een onvergetelijk ochtendtafereel.

flikken

Ze hebben alle bewijzen meegenomen in bruine papieren zakken, ze gaan ons nog telefoneren om naar fotootjes van boeven te kijken. De koloniaal denkt niet dat hij morgen nog zal weten hoe onze man er uitzag. Dat is de fotografen ziekte zegt hij. Maar ik wel. Oh ja, ik zal nooit zijn blik vergeten toen ik hem voor het eerst en al schreeuwend in de ogen keek. Hij de mijne ook niet, daar ben ik zeker van.

Iedereen is ondertussen buiten, ja en ook mister Lim is op de plaats van misdaad geweest – hij zag lijkbleek, is van plan om een tralies deur te installeren.

Mijn liefste heeft serieuze kneuzingen, een stijve nek en hij blijft maar lachen omdat ik met mijn dom hoofd geen goeie foto heb kunnen nemen. Mijn koloniaal was de echte held. Ik wist al dat hij dapper is. Maar zo koelbloedig…

Ik denk aan die durf-al-boef. Het was halfzeven in de ochtend toen hij voor ons bed stond. Het was al klaar, de zonnestralen vielen binnen. De buurvrouw was al haar terras aan het vegen en mijn slaapje was niet meer dan een ochtendsoes. Ge moet het toch maar durven denk ik dan.

De mature flik wist me ook nog te vertellen dat mijn vrees voor een sprong van het dak niet ongegrond was. Want dat dit hier wel vaker gebeurt. Inbraakrecidivisten vliegen hier voor meer dan twintig jaar achter de tralies, de dood is dan misschien een betere optie.

En het is ook zo: elk nadeel heb zijn voordeel . Ik heb er een mountainbike aan overgehouden. De fiets van de dief. De flikken wilden hem niet. Het ziet er een stevige uit. Ik ga hem uitproberen. Nu.

Even uitwaaien, even vergeten, maar dan wel op zijn fiets.

Tagged with: , ,

vesak day

Posted in filmpjes by singajo on zondag, 10 mei, 2009

Ik wou niet sad zijn op de huwelijksdag van wallstreetbroertje.

Daarvoor was de dag te schoon

Toch ietwat snikkend, toen ik hem door de telefoon zei hoe jammer ik het vond.

“En ik dan. Gij zoudt het hier wijs vinden”, zei hij.

“Is uw kostuum al gestreken?”

“Ja, dat wel. Al zoeken we nog een oplossing voor mijn hemd. Helemaal naar de vanen doordat het ijzer vuil was.”

Herkenbaar. 

“Je hebt een speciale dag uitgekozen broer, vandaag trouwt ook Helmut Lotti.”

“Ah ja? Trouwt die nu alweer?”

“Maar vooral. Het is vesak day.”

“Watte?”

“Boeddhadag. Herdenking van zijn geboorte, verlichting en doodsdag.”  

Vol verwondering struinde ik door de tempels in onze achterstraat, terwijl broertje een proper hemd zocht, misschien wel nog een kort slaapje deed.

Mijn triestigheid ebde weg en er kwam verwondering.

Er kwam – ja, alweer, een heftige injectie instant geluk.

Mooi

bij momenten grappig

intens ook wel

het leek hier en daar zelfs op een lekker ouderwetse  fancy fair

Nooit gedacht dat ik zo broertje’s trouw zou vieren

en ook niet dat ik straks m’n voeten ga wassen met het  zakje vol heilig water en bloemenblaadjes dat in m’n handen werd gestopt toen ik de tempel uitwandelde.

Maar wel gedacht dat het toch wel saai is.

De beleving van het katholiek geloof.

Met uitzondering van de suffe  levende kerststallen in kille kerken waar ge moet zwijgen is er bitter weinig animo.

Of heeft u al eens aan een rad gedraaid in de kerk?

Een uiteenzetting over mijn favoritisme ter bevordering van de achteruitgang der vooruitgang (1)

Posted in Uncategorized by singajo on maandag, 6 april, 2009

Of ter bevordering van de vooruitgang der achteruitgang. Zoals u het wenst…

Toeval of niet? De laatste tijd bediscussiëren we geregeld, ijverig en soms ook wel met dubbele tong de vooruitgang van de achteruitgang. Of de nood (voor mij althans) daaraan. Bij tropische nachttemperaturen, gevulde inktvissen en een koel glas wijn op ons heerlijke dak is het een onderwerp dat doet mijmeren, lachen en huiveren ook wel.

Dat komt omdat het voor oudere jongeren zoals ik soms allemaal een beetje heel moeilijk te volgen valt.

                                                             …..

Als een zagerige tante uitte ik aan de kerstdis mijn ontzetting over de schok die ik minuten voorheen had beleefd toen ik Nootje op de computer van m’n vader had zien tokkelen. Hij stond daar op de kleine tipjes van z’n tenen en duwde als een halve zot op de enterknop. Takke-takke-tak. Het was voor het kereltje een heel fysieke onderneming, lichte zweetdruppels rolden uit z’n natte haardos om toch maar in leven te kunnen blijven. Maar winnen zou hij. Mijn boodschap dat de historische chocomousse van oma werd geserveerd kon hem maar matig boeien. Niet eigenlijk. “Mmm”, zei hij. “HIJ MOET STERVEN!”, riep hij. Hij vuurde er op los met zijn virtuele machinegeweer. Zijn tegenstander viel wel 9 keer dood, maar krabbelde al even veel keer terug en recht in het leven.

Vooral de bevlogenheid waarmee mijn poezelige neefje opging in het spel, zon me niet. Het broze beeld dat ik van het liefste kind ter wereld had, viel pardoes aan diggelen.

“Maar allez Jo”, zei m’n broer minzaam, “wij speelden toch ook riddertje toen we kind waren? We ranselden elkaar zelfs af met échte-speelgoed zwaarden.” En dat is waar. We klopten bij wijlen zelfs met onze blote kindervuisten op elkaar. Tot huilens toe. Maar dat is het hem nu juist. Het verschil. Wij voelden de pijn aan den lijve, leerden inschatten hoever we konden gaan in een spelletje oorlog voeren. Met de vercomputerisering van het spel, door menig ouder toe gejuicht omdat ze dan zo stil zijn, leren kinderen het onderscheid niet meer maken tussen echte en virtuele pijn. Dat denk ik toch als ik zie hoeveel zotten er de laatste jaren zonder veel aarzelen koelbloedig afslachten. Alsof ze in hun hoofd optellen “10 points – 100 points – 1000 points – …”

Misschien overdrijf ik, en toch: ik durf stellen dat ik voor de afschaf van computerspellen ben. (alsof het u iets kan schelen). Ze zijn nergens goed voor. Onlangs las ik over een spel waarbij je punten kunt scoren door vrouwen te verkrachten en als blijkt dat je prooi zwanger is (ook virtueel is dit dezer dagen een makkie, zelfs zonder in vitro) heb je de keuze: dwingen tot abortus en als dat niet lukt, moet je later, als je virtueel iets ouder bent (dat lukt in 45 seconden) je eigen kind verkrachten. Dat is toch, zacht uitgedrukt, ziek? Wie dit alleen maar al wil spelen is in mijn ogen klaar voor de psychiatrie. Levenslange internering. Maar het spel blijkt immens populair. En is gemakkelijk te vinden, zolang u maar een beetje handig bent met de computer en het internet.

Of hoe de evolutie kan zorgen voor de degeneratie van de mensheid…Of waren we al om zeep toen de eerste aap met een boomstronk op een andere aap begon te kloppen?

Vorige week probeerde ik te skypen met ma en pa. Het beeld floepte aan en ik zag Notebroods fiere smoeltje. “Nootie? Kan jij dat al helemaal alleen?”, vroeg ik verwonderd. Hij glunderde, knikte nonchalant jaaaaaaaaa. “Ben je weer van die voze spelletjes aan het spelen?”, vroeg ik. “Even maar tante Jo, even maar.” “Je zou beter een tekening voor me maken en die opsturen met de post” zei ik. Hij lachte verlegen en ik kon zien dat hij op de tipjes van z’n tenen stond.

(Wordt vervolgd)

Eskimofrak

Posted in Uncategorized by singajo on donderdag, 20 november, 2008

De voorbereidingen voor onze België-expeditie zijn begonnen. Een mens moet op alles voorbereid zijn. Als ik nu terugdenk aan mijn laatste bezoek aan ’t vaderland  in de nazomer van 2007 krijg ik al kouderillingen bij de gedachte aan hoe kil het daar kan zijn. Zelfs in de zomer. En nu zullen we ons aldaar begeven in putje winter. Ik haat kou lijden, verkleumde vingers en een bloedloos hoofd ten gevolge van vriestemperaturen of snijdende oostenwind. Ik functioneer niet in de kou. Ik bibber alleen maar.

Toen we gisterenavond, zo rond tienen door de gangen van Mustafa center op zoek waren naar nieuwe onderbroeken voor de koloniaal zag ik hem opeens hangen. Een echte Eskimofrak. In een winkel in de tropen, te midden van zonnig bebloemde hemden en korte rokjes. Een raar zicht. Lelijk was hij ook, die frak, maar hij zag er wel degelijk warm uit. En hij was spotgoedkoop. En als u zo eind december een viking ziet lopen door de Brusselse straten,  warm verpakt in een Eskimofrak, dan ben ik dat. (Gelieve mij dan niet aan te spreken want ik ben gesteld op mijn privacy).

eskimofrak

Mijn modegevoeligheid is  sterk achteruit gebold sinds ik hier woon. Als ik het maar warm heb. Doorgaans lukt dat op ons dak met weinig om het lijf. En vanaf heden  behoren de ijzige cinema-avonden ook tot het verleden.  Lang leve mijn Eskimofrak.    

Overlijdensbericht

Posted in Uncategorized by singajo on dinsdag, 11 november, 2008

Er heeft zich een heuse tragedie afgespeeld op ons dak. Een levensstrijd met slechte afloop. Er is 1 dode gevallen en die dode bevindt zich nu in een plastic zak van de seveneleven in onze oranje vuilbak. De koloniaal heeft het lijk daar gedeponeerd nadat hij het verzopen lichaam uit ons openluchtbad had gegraaid. Ik kon niet meer slapen toen hij het me deze ochtend vroeg-vroeg in de oren fluisterde. Ik zag de doodsstrijd zo voor mij. Ocharme. “Lag hij met zijn hoofd naar beneden? Of met zijn poten in de lucht?”, vroeg ik me af. “Zou hij lang hebben gesparteld? Kon hij niet zwemmen? Moeten we nu een trapladdertje bevestigen aan de binnenkant van ons bad om nieuwe tragedies te voorkomen? Zouden zijn vriendjes hulpeloos hebben toegekeken? Waarom heeft er niemand om hulp getsjiept?”

Ik ga subiet de vuilbakzak deponeren in de straatvuilbak voor het hier begint te stinken naar rottende mus.  

Tagged with: ,

Olifantenwijn

Posted in Heimwee by singajo on donderdag, 11 september, 2008

Ik ben een beetje tipsy en dat komt omdat we zonet een fles wijn hebben geledigd van superieure kwaliteit. Een fles die we hebben kunnen drinken dankzij onszelf want de druiven die er instaken, hadden we vorig jaar eigenhandig geplukt in de Franse Pyreneeën.

Ik proefde opnieuw die ochtend in de windkracht 8 bergen. De snijdende wind bij zonsopgang die ik als een ventilator op afstandsbediening wilde opdrijven toen de zon hoger ging staan en de vuurbol zorgde voor zwetend, afmattend labeur. Ik zag ons terug liggen tussen de druivenstruiken, uitgeteld met een zere rug na al die uren tussen de struiken. Hoe we vluchtten naar een wondermooie gorge voor een verfrissende duik. ik dacht terug aan vader die het onvoorstelbaar vond dat men in de Pyreneeën wijn kweekt van een keizerlijke kwaliteit. Ik wou dat ik hem  zonet had kunnen laten proeven van de druiven die ik in de fles had gestopt. Ik wou dat vader hier nu bij me zat met moeder erbij. Mijn moeder die ernstig en bezorgd van aard is, maar sigaren rookt als ze tipsy wordt. Uit nostalgie, omdat de geur haar doet denken aan haar jeugd, aan meme Kaprijke en haar sigarenwinkel. Als moeder een sigaar rookt ben ik altijd blij. Ik hou  van mensen die foute dingen doen en voor een gezondheidsfreak als moeder, die bijna een hart aanval krijgt als ze me virtueel ziet roken, is een sigaar verorberen het ultieme, verboden genot. Mijn moeder ziet er ongelooflijk mooi uit als ze rook uitblaast, haar neus in de walmen werpt. En lacht.  Als ze tipsy is. Mijn moeder had hier deze avond moeten zijn. Om mee te genieten van de olifantenwijn, terwijl vader bedenkelijk zijn mond zou spoelen, en zou zeggen dat hij al beter had geproefd. En moeder die dan verontwaardigd had gerepliceerd; “Jef een gekregen paard kijk je niet in de bek”. Of toch zoiets. Ik hou van vader. Ik hou van moeder. En als ik tipsy ben, zijn zij nostalgisch in mijner gedachten.   

Flying on the terrace

Posted in Uncategorized by singajo on donderdag, 11 september, 2008

Met stip m’n favoriete zonsondergang bezigheid.

Tagged with: , ,

Waarom het leven alweer (zucht) schoon is vandaag

Posted in Uncategorized by singajo on donderdag, 28 augustus, 2008

Omdat het water hier deze ochtend met tropische snelheid en in Aziatische hoeveelheden uit de hemel kwam vallen waardoor de zoveelste ochtend-soes-draai’ in bed urenlang de enige optie was. Dat vond ik toch.  Omdat het wel iets heeft, kijken door een open raam naar de neerplenzende regen. Omdat de koloniaal zijn overheerlijk, cholesterol rijke ontbijt heeft klaargemaakt toen het water er genoeg van had. Omdat zijn tomaat uit blik met verse chili, koriander, worcestershire saus en spek-spiegelei het beste ei ter wereld is. Omdat we pas ontbeten om 1 pm toen de zon al scheen. Omdat ik dezer dagen zonder tegenzin de vuile schotels was. Omdat ik een douche rechtstaand op het stoeltje heb genomen met mijn neus in het open vensterraam, met op de voorgrond m’n  familie gele badeenden die meegenoot van het mooie wolkenzicht. Het waren van die wolken waar ge u kunt in laten vallen. Met een duizelingwekkende veerkracht, zo lijken ze wel. Omdat de koloniaal me heeft uitgelachen met mijn “ik-wil-u-zo-graag-pakken-maar-het-is-nu-helaas-niet-het-moment”-blik. Omdat er veel mensen over het leven zagen maar ik daar het nut niet van inzie, noch de verspilde energie. Omdat ik zelfgebakken appeltaart naar een vriend heb gebracht die zich niet echt lekker voelt. Omdat ik ondanks alles heel trouw blijf aan mijn groene Italianer want alweer heb ik me niet laten verleiden tot de aanschaf van een zevenenvijftigste rangs kopij. Omdat ik urenlang in oude platenbakken heb gesnuisterd op de Thiefmarket.  En omdat ik me daar uiteindelijk wel heb laten verleiden.  Door zeventien vinyl platen dan nog wel. Omdat ik voor de aankoop  van die elpees ben afgegaan op het hoesdesign. En omdat dit in de meeste gevallen een, al zeg ik het zelf, uitstekende keuze was. Omdat de zoon en de vader nu samen foto’s aan het nemen zijn. Ergens in de stad. Omdat ik hier nu dus het dak voor mij alleen heb en van die gelegenheid gebruik heb gemaakt om al zeven keer naar eenzelfde plaat te luisteren.  Omdat ik nu niet alleen verliefd ben op mijn koloniaal maar ook op die plaat. Omdat een homovriend van twee vrienden het Grote-penissen-boek cadeau heeft gekregen voor zijn verjaardag  en omdat hij daar heel blij mee is (ik heb zijn gezicht gezien op skype. Amai, dat sprak méér dan boekdelen).  Omdat ik met mijn luie hoofd de planten geen water moet geven omdat er zoveel water uit de lucht is gevallen deze ochtend. Zo maar, gratis en voor niets! Omdat de zoon zich hetzelfde kleedt als de vader als hij op pad gaat om foto’s te nemen. Omdat ze weldra komen afgesnord met de oude Vespa en verse broccoli en  kaas onder de armen. Omdat we straks plakspaghetti gaan eten. Omdat er nog steeds mooie wolken passeren. Omdat ik voor de vijftiende keer naar de platendraaier ga lopen voor een extra rondje van deze plaat: 

Omdat ik nadat ik dit fantastische plakje voor de vijftiende keer had omgedraaid naar de keuken ben gehold, speciaal voor mijn vader, zodat ik worcestershire sauce zonder spellingfouten zou kunnen schrijven en omdat ik daar, als bij toeval, op een doos Pringles ben gebotst – sour cream and onion, mijn favoriet – en omdat ik na die botsing terug moest denken aan gisteren, toen ik verontwaardigd was omdat dat Pringles pak, met opschrift Jumbo Can,  maar half vol zat met chips  die kleiner van formaat waren dan vroeger het geval, en omdat ik nu bij mezelf moet constateren dat het me op dit eigenste moment echt niet kan bommen dat die chips kleiner zijn dan vroeger omdat ik vooral goesting  heb om er een in mijn mond te steken. En omdat dat kan. Voila. Daarom is het leven alweer schoon vandaag