Singajo's world

De genezer van plastiek en leder

Posted in Kuala Lumpur by singajo on donderdag, 22 mei, 2008

Over de kwaliteit van de reparatie kan ik nog niet veel zeggen. Ik draag ze pas terug. Maar een goede ziel in KL vond het toch en in ieder geval de moeite om er geld uit te slaan. Ik kon de man wel omhelzen van blijdschap, doch in Moslimlanden is dat niet wat men noemt een aanvaard sociaal gebruik. Dus hield ik me koest.

Twee weken geleden had ik ze naar de schoenmaker in Singapore gebracht en de man met zijn zuur gezicht keek naar de zolen vol gaten en snauwde: “Can not.” Ze zijn doorgaans van weinig woorden, die Chinezen. Mijn wereld stortte een klein beetje in, de witte laarsjes die destijds op me stonden te wachten in het Gentse Pieternel waren ideaal en in oorsprong waterdicht werkschoeisel waar ik geen zweetvoeten in kreeg, noch blaren of andere ongemakken. Ik droeg ze zomer en winter, ’s ochtends en ’s avonds.

Ik kon het niet. Ze weggooien na al die tijd trouwe dienst, dus lagen ze zacht weg te kwijnen op de autobank. Maar zie, alweer was er een reden om KL uit te roepen tot fantastische stad: je vindt er straatschoenmakers die nog een ultieme poging willen ondernemen. Zonder veel tralala, maar met zachte toewijding. De Goede Ziel behandelde mijn lievelingen alsof ze waren van goud, hij plakte ze, voorzag ze van een nieuwe, dikke zwarte antislip zool, naaide ze met dikke naald en rode draad en klopte er minzaam op met een hamertje. Meer moet dat niet zijn. Tijdens de reparatie werken had ik ruim de tijd om de een of andere toeristische bezienswaardigheid te gaan bezichten, even overwoog ik, maar uiteindelijk bleef ik, verlamd door de hitte staren naar zijn gezwinde kunsten, naar volk van allerlei slag dat schoenen in blauw, wit en groen kwam aandragen, vertrouwend in de de genezer van plastiek en leder, in de man die zijn dagen slijt op een stuk karton in het kleurrijke hart van KL’s Little India.

Advertenties

Het sizzling Coliseum

Posted in Kuala Lumpur by singajo on donderdag, 22 mei, 2008

De exploratie van de stad Kuala Lumpur is door een onvoorziene omstandigheid een beetje mislukt. Het hotel waar wij verbleven bleek namelijk voorzien van een rokerig hol  waar mensen zoals ik nogal graag blijven kleven. Aan de toog dan. Onderwijl genietend van het aftandse interieur, de kleurrijke melange van habitué’s en verdwaalde wereldreizigers. Daarbij nippend van gekoelde glazen Chileens wit. In KL is het zowaar nog zwoeler-heet dan in Singapore. Dorst krijg ik daarvan. En na de dorst komt de nostalgie. De geuren die uit de keuken kwamen gewaaid, deden denken aan het restaurant in la douce France van wijlen nonkel Ton en tante Lou. Het gerinkel van de telefoon aan telefoons die niet meer bestaan, de slordig geschikte salonzeteltjes aan bars die je zelfs in Brussel niet meer vindt en toen de receptionist – een verschrompeld mannetje met viriele ogen, die van de rechter tooghoek de receptie had gemaakt -, het gastenboek bovenhaalde was het antieke gevoel compleet. Een mastodont vol handgeschreven namen, nationaliteiten en tot de verbeeldingsprekende professionaliteiten. Een boek dat al decennia meegaat, waar je in bladert op zoek naar een vriend of verwant die deze plaats ook genoten heeft. Ik zat daar verknocht op mijn barkruk, genoot van le tableau vivant en de tijd stond stil. Terwijl hij in wezen voorbij vloog.     

Stoffig en vibrant. Dat is het Coliseum. De voorbije vijftig jaar vonden de eigenaars  het onnodig om ook maar iets aan het interieur te veranderen. Sommige obers strompelen er trouwens al meer dan 40 jaar rond. Alles is er vergaan. Ook de glorie. Twintig jaar geleden kon je er van horen zeggen nooit een kamer krijgen wegens immer volboekt. Nu hadden we keuze zat. Iedere optie even versleten, met krakende kastdeuren en wiebelende ceiling fans, vergeelde lakens en een aan de lavabo klevend stuk gebruikte zeep. Ziel quoi. Douchen moest op de gang. In het zelfde hok waar de wasvrouw de lakens proper wrijft. En over de oude vloeren lopen van de semi openlucht corridor, langs wapperende gewassen servetten, met op de achtergrond het geroezemoes van de onderliggende hotelbar was een sensatie op zich.

Zo geschiedde dat ik mijn eerste dag in KL doorbracht aan de toog van een instituut. Zo kwam ik tot de vaststelling dat ik nooit een goed reisreporter zal worden. Omdat ik slecht ben in lijstjes afwerken, monumenten bezoeken en propere hotels bespreken. Liever laat ik me opslorpen door 1 plaats waar het onvergetelijk vertoeven is, een plaats die het gevoel geeft dat je de sfeer kunt extrapoleren naar de hele stad. Relaxed. Kuala Lumpur en zijn mensen zijn zo relaxed. Open en vriendelijk. Na lange tijd in Singapore was deze plek een verademing. Ik heb het graag echt. En onafgelikt. Met mensen die houden van lachen. En die niet vragen hoeveel je schoenen hebben gekost.

 Wat ik wel kan zeggen voor degenen die in dit schrijven  een reizigerstip menen te lezen: als u het vooral begrepen heeft op slaaprijke nachten is dit geen plek voor u. De  ceilingfan brengt geen gram verfrissing. Het is ijlend de nacht doorkomen in het oorverdovende gezelschap van zwarte, kraaiende vogels zonder slaapmanieren en met hun ontmoetingsplaats in de boom naast het hotel. The birds in overdrive.

Ook als u een vroeg ontbijt met geurende espresso, vers sap en weelderig broodbeleg een prioriteit vindt voor een geslaagd verblijf: wegblijven. Voor negen uur kunt u er niet terecht, kunt u ook het hotel niet uit behalve via de eetzaal  – die nog vol staat  met onafgeruimde, aangekoekte borden en waar het geurt naar een bruin cafe in de ochtend voor de kuisploeg is gepasseerd – langs de keuken waar men naarstig de schotels wast om zo via de achterdeur met verradelijk opstapje de stad in te gaan op zoek naar een eerste koffie van mogelijks bedenkelijke kwalteit. De tweede dronken we in het Coliseum, gezeten tussen de laatste vuile schotels, de luiken nog dicht, halfnaakte obers die door het hotel paradeerden in afwachting van een beschikbare douche, het oude verrimpelde mannetje met de viriele ogen in een hoek verzonken in het geschreven nieuws, en op de achtergrond nog steeds die kraaiende vogels. De ontbijttoast was zo onsmakelijk dat hij uiteindelijk wel smaakte, zonder dank aan verdoezelend beleg want dat was er niet. Als u van de mensensoort bent die dit type details te verwaarlozen vindt: zeker langsgaan.

Al was het maar om te proeven van de famous sizzling steak die de eetzaal in vettige rook zet, al was het maar om te beseffen dat er nog plaatsen bestaan waar de tijd stil blijft staan.     Of toch niet helemaal: u kunt er reeds betalen met visakaart, al is het de vraag of je die wel bovenhaalt om een kamer van 38 ringgit te betalen.