Singajo's world

De invasie van de Hollanders

Posted in Uncategorized by singajo on zondag, 17 augustus, 2008

Ik heb de voorbije week geen letter Engels gesproken. Supperclub opende een tempel in Singapore en we hebben daar zo ongeveer iedere dag en nacht vertoefd tussen de Hollanders. Supperclub is een concept dat wereldwijd aanslaat, na Amsterdam hebben de Nederlandse eigenaars outlets geopend in Istanbul, San Francisco en nu ook hier. “Eindelijk ook een ECHTE in Asia”, brulde de ex-hasjboer want hier kennen de mensen vooral de bedsupperclub in Bangkok, een weliswaar geslaagde kopij van het origineel.

Ik ben absoluut geen nightclubmeisje maar deze week was het omwille van arbeidsredenen anders. De koloniaal was aangesteld om de promotiefoto’s te schieten en ik, als wandelende flashlamp, was daar natuurlijk bij. ’t Was een zalige opdracht, niet in het minst omdat het interieur prachtige fotografische mogelijkheden biedt, maar zeker ook omdat de bedrijvigheid net voor de officiële geboorte in zo’n club fenomenaal is. En chaotisch. En ook wel omdat ik fijne Hollanders heb ontmoet.

Neem nu Douwe, een reus van een vent met geel-grijs haar en de vader van Douwe junior, een van de eigenaars. Douwe vliegt sinds hij op pensioen is altijd mee met z’n zoon als er een nieuwe club opent. Ook helemaal geen nachtclub type, hij is veertig jaar dominee geweest, preekte in kerken en stond zijn leven lang zieken en stervenden bij. Hij vertelde dat er destijds veel Polen waren neergestreken in zijn parochie en dat een heel gelovige dame graag zijn diensten zou bijwonen, ook al zou ze geen jota verstaan van wat hij zei. Dus besloot hij haar persoonlijk te begroeten. Daartoe was hij bij een Poolse vriend te rade geweest en die had “jachatsoe spatswmi” op een briefje geschreven, de fonetische uitdrukking voor “welkom in onze gemeenschap”. “Nou, dat had ie me toch wijsgemaakt”, zei Douwe, “toen ik op mijn preekstoel stond en haar persoonlijk en nadrukkelijk aansprak met ‘Ella, jachatsoe spatswmi!’, kleurde ze helemaal rood en begonnen de andere Polen allemaal te gniffelen. Bleek dat ik ze uitgenodigd had in m’n bed!”

“Bent u eigenlijk getrouwd?”, vroeg ik en hij antwoordde: “ik heb vier kinderen bij drie verschillende vrouwen maar die komen allen hartstikke goed overeen.” Jaaa, Hollanders en dominees in het bijzonder kunnen het mooi uitleggen. “Veel Nederlanders vinden jullie, Belgen, dom”, zo zei hij en daarmee doelde hij op onze mindere welbespraaktheid, “maar dat is enkel schijn want wie gaat er doorgaans lopen met de trofee Tien voor Taal?!! Belgen! Ik persoonlijk vind jullie helemaal niet dom. Jullie komen uit het land van Jacques Brel! Daar kun je alleen maar trots over zijn. Jullie politieke situatzie daarentegen. Tja, die… die is toch wel op z’n zachts gezegd … middeleeuws.”

Dat gesprek met Douwe, dat nog heel serieus is geworden, over de ethiek in de keuze voor euthanasie en zo van die dingen vond plaats twee avonden voor de echte opening toen we daar met nog vijftig andere mensen waren uitgenodigd voor een testrun. We hebben daar de hele avond op de witte lakens gelegen, als Griekse filosofen en epicuristen. Genietend van heerlijke wijnen en spijzen en van een futuristische lichtshow. Ik heb hier al minder fijne avonden gekend.

Het echte openingsfeest was, om in de Hollandse sfeer te blijven, top. Echt top. Er leek wel een heel vliegtuig met stijlvolle feestvarkens uit Holland te zijn overgevlogen. Meer dan duizend man. Iedereen in een euforische stemming. Iedereen in het wit gekleed, allemaal samen in die enorme spaceshuttle. Dansend tot het ochtendgloren. De Europeanen althans, de Singaporezen keken van de zijlijn toe en leken ons te benijden voor ons zorgeloos en ongeremd vertier. Het was zonder twijfel mijn meest wilde nacht in deze stad. 

Supperclub aan de vooravond van het openingsfeest.

Advertenties

Nog een glaasje wijn in afwachting?

Posted in ontmoetingen by singajo on maandag, 7 juli, 2008

Gisteren twee Hollanders ontmoet. De ene een mislukte doch verwaande zakenman, de andere een gezapige schilderaar op leeftijd die afstand heeft gedaan van ego – ambitie en angst voor morgen. Een gesprek met die laatste was een moeilijke onderneming  daar de mislukte zakenman met teveel speeksel het woord voortdurend opeiste. Hij zei dat hij zelden Nederlands praat want dat hij Nederlanders vermijdt omdat hij ze niet zo aangenaam vindt omdat ze doorgaans saai zijn. En dat er tegenwoordig 50.000 Nederlanders in Singapore wonen en dat dit er veel te veel zijn, zei hij ook nog. “En laat mij nu vinden dat u daar de ultieme belichaming van bent, van die saaie Hollander en van de meest overbodige Nederlander in Singapore ook”, dacht ik terwijl hij verder raaskalde over het meisjeshuis en het jongensnest. Over dat hij niet “divorced” was van zijn vrouw, maar wel separated. We stonden in de voortuin van het meisjeshuis, het optrekje waar zijn vrouw en dochter samenleven. Ondertussen woont de mislukte zakenman al een aantal jaren samen met zijn slungelachtige zoon in een ander huis. Zijn zoon spreekt hem aan met de voornaam. Nu hoorde ik een vriend van die zoon vragen: “Hey, do you think it is respectfull to speak like this to your dad”, waarop de zoon antwoordde: “Do you think this man deserves respect?” Kan tellen qua  gedacht over je eigen vader. Hoe die kerel daar ook stond in die voortuin van zijn gesepareerde vrouw. Alsof alles van hem was. Wat financieel gezien misschien wel klopt want die gesepareerde vrouw doet niets in het dagelijkse leven behalve haar Egyptische nagels lakken. En klagen over het feit dat ze vroeger een zwembad in haar achtertuin had en nu niet meer. Maar ze was sympathiek, dat wel.

De schilder-Hollander, goed op weg naar zijn zeventigste levensjaar was toevallig op het feest beland. Vers uit de Balinese gevangenis was hij naar Singapore gevlogen om zijn herwonnen vrijheid te vieren met een goede vriend die net naast het meisjeshuis woonde. De maanden in de nor hadden hem geen slecht gedaan, integendeel, hij had er naar eigen zeggen prachtige doeken geschilderd en zijn ex-vriendin was iedere dag langsgekomen met wijn en andere genotsmiddelen. In Bali kan dat allemaal, ook al zit je juist daarom in de bak. Zolang je maar betaalt. “Typisch Kreeft”, had hij de toewijding van zijn ex uitgelegd, “Die blijven zorg voor je dragen ook al heb je ze als een baksteen gedumpt.” Hij vertelde dat hij de Belgische koningin nog had gekust. “Nou, dat was wel een flater van jewelste! Die dame stak haar hand naar me uit, ik trok haar naar me toe en plantte een dikke kus op haar wang. Protocol, daar had ik al jaren niet meer van gehoord. Ze bloosde wel, die knappe vorstin van jullie, maar zo een griezelig mannetje in net pak kwam meteen in m’n oor fluisteren dat ik mijn manieren moest houden, dat je een Koninklijke dame niet zo vrijpostig kon begroeten. Jaaaaaa. En dat ik mijn excuses moest aanbieden. Wat dacht die wel!? Ik heb lekker staan grinniken want ik had  haar toch maar mooi gekust!”

Hoe hij het zei. Met die typische Hollandse welbespraaktheid waar je als Vlaming soms van achterover valt.

“En hoe komt het dan dat u zo dicht bij onze koningin kon staan?”, vroeg ik met kinderlijke nieuwsgierigheid. Ze had een werk van hem gekocht, zei hij nonchalant en met een mislukte poging om zijn trots te verbergen. Ik wou weten wat die Hollander in rode broek tot net boven de enkels en met een batikhemd voorzien van het  schreeuwerigste soort print, vervaardigde en toen ik thuis kwam, heb ik de mans naam gegoogled, zoals dat heet,  en was ik toch wel een beetje ontgoocheld in de smaak van onze Queen. Ik had haar anders in geschat, en vroeg me af of ze echt hield van dit soort barokke schilderijen. 

Maar het neemt niets weg van mijn sympathie voor die man, hij vertelde intrigerende verhalen. Had een gezonde levensvisie. En was op een grappige manier geïnteresseerd in horoscopen. Over zijn drieënnegentig jarige vader die een goed jaar geleden uit het leven was gestapt, zei hij: “De oude man, ook een steenbok net als ik,  belde me en sprak: ‘Jantje vandaag ben ik er nog maar morgen zal ik er niet meer zijn. De dokter heeft me morfine gebracht en in combinatie met de fles whisky die ik ga uitdrinken zou dat moeten volstaan voor een zachte dood. Begrijp je wel. Je moeder is dood. Het hoeft niet meer. Maar ik wil je toch nog ’t een en ander zeggen. Je mag je kinderen niet te serieus nemen. Gooi je ego weg en laat je ambitie varen. En ik heb je altijd een fantastische zoon gevonden. Ik ben trots op je, dat moest je ook nog van me weten.’…

Nou en dat was het dan. Dan sta je daar op je veranda in de heuvels van Ubud. Zegt die goeie ouwe dat hij er zomaar even uitstapt. En dat hij je altijd graag gemogen heeft. Een bevestiging waarop ik mijn leven lang had zitten wachten. Maar alles wat hij zei is waar. Alleen met dat ego heb ik het knap lastig. Al doe ik m’n best.”

Hij nam nog een slokje van de lauwe rode wijn en vroeg of ik bang was om te sterven. Soms wel dus want ik leef heel graag. Ik probeer er nu niet aan te denken, al  is het wel een hele geruststelling  dat ik op een slechte dag om euthanasie kan vragen. Lijden zonder garantie op een goede uitkomst, daar ben ik te ongelovig voor.

“Toch vreemd”, zei hij “Hoe iedereen de dood anders bekijkt. Balinezen zijn niet bang om te sterven, die denken dat de dood het begin is van een nieuw leven. En Hindoes geloven in reïncarnatie. Wij ongelovigen zijn gedoemd. Voor ons komt er niets meer.”

“Neen, voor ons komt er niets meer. Geen hemel en geen hel. Nog een glaasje wijn in afwachting?”