Singajo's world

Zondagochtend

Posted in Uncategorized by singajo on zondag, 17 augustus, 2008

Met mijn verfrommeld gezicht, op blote voeten en in slaapkleed daal ik neder van ons dak.

Er is brood nodig. En melk. En suiker. En koffie.

Bedrijvigheid alom in onze achtersteeg. Al maanden waren de ijzeren luiken van het hoekpand potdicht. Nu is er een rolluik open en ontwaar ik een en al bedrijvigheid. Indiërs in lungi’s en bloot bovenlijf zijn nieuwe vloeren aan het leggen en binnenmuren aan het metsen. Sommige staan hun tanden te poetsen of wrijven zich droog na hun ochtendbad. Hun bedden staan te midden de verdoken bouwwerf, tussen betonmolens en ander groot geschut.

Neen, ik droom niet. Neen, dit is echt. Dit is de echte slavenhandel in mijn stad.

Ik loop om de hoek, naar de jongen wiens favoriete kat zijn ‘bild’ heeft opgegeten. Ik vraag een brood. En melk. En suiker. En koffie. Ik betaal meer dan wat een gemiddelde contructionworker verdient op een dag. En ik voel me slecht. 

Bittere koffie, ondanks de suiker.

Visbokalen

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 23 april, 2008

Het is tien uur in de ochtend en smeltend warm. Mijn ogen zijn half toegeknepen door het felle, hete licht. Ik luister naar de geluiden van de stad. Het vertrouwde  fluitspel dat uit de tempel komt, de voorbij rijdende auto’s, het geluid van drilboren, slijpschijven en hamers, het gebroem van een nederdalend vliegtuig. Het geritsel van de palmboombladeren met dank aan het briesje wind.  Het geurt alweer naar gebakken noedels en geroosterd zwijnenvlees, naar ranzige curry’s en verse soep. Het ruikt hier altijd naar eten, het drilt hier altijd van de boren, het is hier meestal smeltend warm.

Ze staan hoog op de constructies, de donkere mannen die bouwen aan  luxueuze onderdaken. Visbokalen van 5 miljoen euro per unit. Pronkerige appartementen overgedesigned door Hong Kongers met een voorliefde voor slechte smaak. Die stulpjes zijn de natte droom van vele Singaporezen en ook van expats met overlopende bankrekeningen. Singapore staat bijna vol met van die concept condominiums. Als je er woont hoef je je ogen nooit meer toe te knijpen voor het felle, hete licht. Als je daar woont moet je niet meer buiten komen. Je kunt er shoppen en op restaurant gaan, fitnessen en uw nagels laten doen. Ik zeg maar wat. En zwemmen natuurlijk, al die condominiums zijn voorzien van zwembaden met palmbomen in het water, of mistfonteinen en jacuzzi’s. Het lijken luxueuze Club Med verblijven. En het gekke is: je ziet maar zelden een Chinees in zo’n zwembad. Allemaal show off.  Tonen hoeveel je waard bent, want iedereen weet dat ze stukken van mensen kosten, die sfeerloze voorgekauwde appartementen waar de aircon immer loeit. Steek mij in zo’n kot en ik ben zot na een week. Waarschijnlijk zou ik somtijds ook niet binnengeraken omdat ik de zeven-cijfer-code die toegang biedt tot de lift naar de 52ste verdieping vergeten ben. Of omdat ik  mijn duim verkeerd gepositioneerd onder de identiteitsdetector zou leggen waardoor de computerstem zou mededelen: “you are not allowed to enter this building”.

Toegegeven, het zicht op de stad vanuit een  penthouse-visbokaal van 5 miljoen euro is werkelijk impressionant maar je botst vooral toch op het interieur van de overburen als je willekeurig naar buitenkijkt. Ook dat speelt mee; “kijk dienen van rechttegenover ons raam heeft een plasma teevee van 2 meter op 3. Gaan wij er ons enen kopen van 3 op 4?”

En terwijl zij liggen slapen in hun ergonomische bedden met zijden lakens, liggen de donkere mannen die hun huizen bouwen met 30 op elkaar in schurftige beddorms aan de overkant van mijn straat.

Ik hou van mijn straat. Niets is hier show off. Alles is hier anti-artificieel. Maar voor hoe lang nog? Het geluid van de drilboren komt steeds dichter bij. Ooit wordt Singapore 1 groot condominium.