Singajo's world

How to buy a desk

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 25 februari, 2009

Ge gaat met uw lief naar de winkel omdat het nu toch wel de hoogste tijd wordt om een bureaumeubel aan te schaffen. Ge kunt immers niet altijd aan de terrastafel, tussen de onafgeruimde ontbijttafel de boekhouding doen. Daarvoor waait het soms teveel en dan vliegt alles weg. En als er klanten over de vloer komen en met mister Lim ogen rondkijken en dan vragen: “is this your office?” en ge antwoordt “yes, it is” dan voelt ge u toch wel een beetje onprofessioneel als ge samen met die klanten kijkt naar de buitentafel waar uwen bijna zwarten witten macbook zich een beetje verloren voelt tussen de kaasplank en de koffietassen. Eigenlijk staat het niet echt goed dat de managing director van de firma geen personal desk heeft. En ge wilt er alles aan doen omdat de klanten u toch een beetje serieus zouden nemen ook al zijt ge heel serieus zonder echte bureautafel.

Ge gaat dus naar de winkel.

Ge komt in de winkel en loopt door rijen tweedehands brol. Echt brol. Kasten die uit elkaar vallen en lelijke metalen bureaus die doen denken aan het meubilair van overheidsbedrijven in de jaren tachtig. En dan plots. Ziet ge tussen al die rommel een vals antieke schminktafel staan. Zo een met piepkleine schuifjes en een spiegel waaraan ge kunt draaien. Ook wel een lelijk ding maar ge voelt dat ge ze kunt personaliseren, zoals men dat tegenwoordig noemt. Schilderen in goudkleur, of lichtblauw met bloemetjes, zoiets. Ge zegt tegen uw lief: Ja! Dienen bureau wil ik!” En uw lief zegt een beetje verontwaardigd: “Maar allez, ziet gij dat nu niet? Dat is genen bureau. Dat is een opsmuktafel voor madammen.”

Ge overtuigd hem. Dat ge wel moeite wilt doen om serieus genomen te worden door middel van een bureaudesk. Maar dat het toch ook wel nog een beetje onnozel moet blijven. Alstublieft. Want au fond: ge zijt onnozel. En daarop heeft uw lief geen weerwoord.

Ge roept de verkoper. De hoofdverkoper. En dat is een jonge donkere kerel met een parelwit gebit en een vriendelijke lach. Ge vraagt: “How much lah?”. Die “lah” moet ge er hier echt bijzeggen of ze verstaan u niet. “300 lah”, repliceert de parelwitte tandenman. “Too expensive! This is fake antique lah.”

“200 and we take”, zegt uw lief als een ware held. Ge wilt er zelf nog een schepje bovenop doen want ondertussen heeft uw oog voor mooie lelijke dingen een ouderwetse stalamp gezien met een deuk in de kap. Ge zegt: “200 with this lamp for free”, en ge wijst naar dat stuk rommel dat boven op een kast staat. De parelwitte tandenman weet niet goed wat zeggen en zegt: “i have to ask my boss. Do you have your namecard?” Ge overhandigt hem uw vikinghelmenkaart waarop uw handphone nummer staat en hij zegt dat hij u morgen zal bellen.

Ge zijt blij en ge ziet het al helemaal zitten met uw bureau. Ge gaat een glas drinken op uw vondst, en nog een glas. En ge gaat daarna slapen met uw handphone naast uw oor. Ge staat op en ontbijt met de handphone naast uw bord. Ge doet boodschappen met uw handphone in uw hand. Maar hij belt niet. Die lul belt niet. Ge zegt tegen uzelf: “Fuck, ik ben misschien een beetje arrogant geweest.”

Dagen gaan voorbij en ge kunt uwen droombureau niet vergeten. Ge wordt er zelfs onbewust een beetje grumpy van. Op een morgen staat ge op en zegt uw begrijpend lief: “zullen we nog eens soixante neufen?” Ge vindt dat niet raar, zo op uw nuchtere maag want ge weet wat hij bedoelt. Uw droombureau staat immers te vergaan in een pand met huisnummer 69.

Ge gaat dus terug naar de winkel.

De verkoper met de parelwitte tanden zit aan zijn bureau, een voorwaar serieus exemplaar, rekensommen te maken. Er komt een vuile gele tanden verkoper op u af. Hij loopt mee naar het droombureau. Ge vraagt: “How much Lah”. “180”, zegt hij. Ge valt bijna dood. Maar toch zegt ge: “one fiifty with this lamp”, en ge wijst weer naar omhoog, “For free.”
“Can not lah!”, lacht hij. But for 180 can. With lamp.” Inpakken die handel!

Als ge daar dan vervolgens vrolijk tussen de gangen van kasten loopt, komt ge de parelwitte tanden verkoper tegen en hij glimlacht naar u. Ge zegt bij wijze van begroeting: “you didn’t phone back.” “Cause my boss said no, your offer was too low”, repliceert die hufter. Ge wilt iets zeggen maar uw lief zegt: “Niet discussiëren.” Ge houdt uw mond omdat ge weet dat uw lief meestal gelijk heeft in zo’n dingen.
Ge kijkt hoe drie onhandige mannen uw nieuwe pronkstuk in de koffer steken op een manier waardoor er op een haar na geen pronkstuk meer was geweest. Ge loopt met de vuile gele tanden man naar de kassa. De kassa is het bureau van de parelwitte tanden man. En hij zit erachter. Hij neemt een blanco factuur en luistert naar wat de vuile gele tandenman zegt: “180 dollar for one lamp and one cupboard”. “Cupboard”, denkt ge in uw zelf, “dat is geen cupboard” en ondertussen kijkt ge met triomfantelijke blik naar de parelwitte tanden man die nu zijn mooie tanden niet toont. Zijn gezicht slaat groen uit. Hij mompelt: “one-eighty?”. En ge trekt nog een triomfantelijkere kop en ge zegt: “Yes. One eighty. Can you imagine?” En dan hebt ge goesting om uw tong uit te steken naar dienen stinkbol, maar dat doet ge niet want uw ouders hebben u met zin voor beleefheid trachten op te voeden. Dus zegt ge gewoon: “have a nice day”, nadat hij uw wisselgeld heeft teruggegeven. En dan denkt ge dat hij nog eens zijn parelwitte tanden zal laten zien door middel van een “You too”, maar dat is duidelijk een verkeerd gedacht.

Advertenties

Dear mister Lim,

Posted in Uncategorized by singajo on dinsdag, 24 februari, 2009

Ik zou u graag iets zeggen. Maar hoe leg ik uit aan een Chinees dat binnenkomen zonder kloppen nogal onbeleefd is? En ja, ik weet het, doorgaans ben ik heel gastvrij als u hier te pas en ten onpas komt binnenwandelen. U bent tenslotte onze huisbaas. Ik vraag u keer op keer of u een tas thee of koffie wilt. Dan kijkt u me raar aan en brabbelt u woorden terug die ik niet begrijp terwijl uw vals gebit bijna uit uw mond valt. Dat is een ongemak dat gemakkelijk kan verholpen worden, maar dit terzijde, raadpleeg gewoon uw tandarts.

Ik wil u eigenlijk gewoon zeggen dat ik me sedert uw laatste invasie een beetje als een bedreigde diersoort voel. Een beest dat nog enkel te zien is in tropische dierentuinen en waar men van heinde en ver komt naar kijken omdat dit soort aap nu eenmaal een unicum is. Het zevenkoppige gezelschap dat u de laatste keer vervoegde trok inderdaad grote ogen want de ene aap stond nog half slapend en in soutien de planten te bewateren terwijl de andere aap naakt in zijn hangmat lag te zwieren. Apen hebben zo hun ochtendrituelen moet u weten. De soutien aap was niet vriendelijk en vroeg niet of u al dan niet thee of koffie wenste. De apin keek alsof ze spoken zag. Maar u trof het: er was nog een derde aapje aanwezig, ons kuisaapje dat een keer per week de troep komt samen vegen. Het kuisaapje viel bijna in zwijm omdat een van de dames die u flankeerden een lokale tv-ster-kok bleek te zijn. De plaatselijke piet huysentruut of zoiets, maar dan met twee dikke borsten en een bril op haar neus. Het scheelde niet veel of die dame had een handtekening mogen uitdelen. Maar vermoedelijk spraken mijn aapjesogen vooral haat, schreeuwden ze: “ga weg boeoeoeoeoeren.” Zo klonk het toch in mijn hoofd. Al is dat bij u zo niet overgekomen me dunkt. U stond hier gezellig en op uw gemak uitleg te geven tegen een magere Indiër, die u ‘my friend’ noemde, over hoe wij muren hadden ingeklopt en lelijke laminaatvloeren hadden verwijderd, u wees naar de planten alsof u ze daar eigenhandig had geplant. Ik vond trouwens dat ‘your friend’ er ook maar ongemakkelijk bijstond, met ogen die vreesden dat ik zou aanvallen. Ik geef toe, het heeft niet veel gescheeld. Maar ik keek naar de vijf vrouwen die fluisterden tegen elkaar terwijl ze naar de rondslingerende onderbroeken keken en dacht: het heeft geen zin.

Toen u uiteindelijk naar buiten wandelde, op de manier die je wel eens ziet bij kunstvolk na een aangenaam museumbezoek – uitbundig nakeuvelend in de gangen – stond ik vastgeplakt op de grond. Bevroren. Met mijn mond open.

Weet u mister Lim, voor een bezoek aan de dierentuin moet u in deze wereld betalen. En wij willen u graag en enthousiast tegemoet komen in uw onhoudbare drang om hier van tijd tot tijd te komen gluren. U kan daartoe vanaf heden telefonisch een afspraak maken. Let wel: minstens 1 dag op voorhand reserveren is vereist. Per persoon zullen we vanaf vandaag de democratische prijs van 10 dollar aanrekenen en indien u ons ook bananen wil voederen kunt u die ter plekke kopen (prijs afhankelijk van de marktwaarde).

Wat denkt u? Is dat een goed idee?

Barber

Posted in Uncategorized by singajo on zondag, 22 februari, 2009

Een jeugdvriend van me is coiffeur.
Hij speelt het een beetje als een goeie acteur.
En dat gaat hem goed af.
Hij is eigenlijk modeontwerper van opleiding
en was jaren de patron van een beruchte bar in antwerpen. 
Alles wat hij doet, doet hij goed.
Recentelijk is er is een kindje tot hem en zijn vrouw gekomen.
Bij sommige geboortes ben ik intenser gelukkig dan bij andere.
Dat heeft altijd specifieke redenen in mijn hoofd.
In mijn inlevingsvermogen. vraag me niet waarom.
Ik wou gaan kijken naar het kindje, zo dolgraag,
maar door onze persoonlijke besoignes
is het er niet van gekomen tijdens de vaderlandbezoeken.

Een filmpje voor romain,
een ode aan het beroep van zijn vader.

Een speeltje,
een alternatief voor Tik Tak op teevee.

Ondertussen op ons dak

Posted in Uncategorized by singajo on vrijdag, 20 februari, 2009

“Dat is hier poepsimpel”, zo zegt mijn geliefde die een soortement van dakzitbank wil maken aan de rand van ons terras, waar je kunt gapen naar de afgrond, waar je zicht hebt op downtown Singapore. Hij zegt: “ge moet hier uw meetlat zelfs niet bovenhalen, die tegels zijn 30 cm op 30 cm.” Ik kijk hem vreemd aan, mijn gedachten net bij de toeristisch attracties die onze huiswaarts gekeerde visiteurs hebben gemist. Ze zijn zelfs niet in de tempel achter ons dak geraakt. Die mooie tempel waar we net kaarsjes en wierrook hebben gebrand. Voor Nur Nur. 

“Het interesseert je geen bal wat ik zeg”, lacht mijn koloniaal. Ik denk na, zeg: “jawel, jawel – drie tegels op drie tegels dat is gelijk aan 1 meter 20 op 1 meter 20.” Blinkend van trots, met die air. Hij zwijgt. Hij lacht. Zegt: dat is 90 cm op 90 cm. Hij zegt niet: “jij oen.” Maar ik voel me dwaas. En simpel. Wou dat ik dat ook kon. Hoofdrekenen. En perfecte imperfecte zitbanken maken. Daar houden we beiden van. Perfecte imperfectie. Zoals alarmen die zeggen; “ding dong, hello.”

Nu ik eraan denk. Er is alweer een absoluut dierbaar materieel bezit plots, spoorloos en mysterieus verdwenen. Een hebbeding dat ik koesterde net zoals mijn groene Italianer (alleen al aan hem denken doet zeer). Ik snap het niet. Mijn dobberende blondine is foetsie. Mijn drijvende madam! Ze was een handgeschilderde, driedimensionale asbak. Een geelharige vrouw met perfecte naakte tieten die in een zwemband lag te drijven. Tussen felblauw zwembadblauw in de diepte. Ik liet m’n sigaret graag rusten in haar zwemband, ik drukte de filter graag uit op haar zwoele, blinkende navel van sixties ceramiek.

Ondertussen. Ben ik gaan kijken naar mijn lief. Heb ik gezien hoe hij einsteingewijs foto’s zit te bewerken. Heb ik gevraagd: “wat is dat ?“, toen ik die massa zag. “Emulsie”, zei hij. Werkelijk waar: ik meende schaamhaar te zien. Zo zag de emulsie er toch uit die hij aan het uitstrooien was over een fotonegatief . Hij kerfde met een steinermes streepjes uit de film. Er stroomde bloedrode inkt over het negatief, ook gitzwarte. “Filmemulsie”. Zei hij. It seems that my man is living a psychedelic period.

Sentosa en café del mar – Het reuzenrad, het grooooootste rad ter wereld, voor even nog. – Chili crab binnen laten glijden met in de voorgrond de zeetankers op East coast – Night safari in the zoo – The botanical gardens – Clark Que – Dronken worden van Singapore Sling. Een sessie voetreflexologie in het massagekot rechts beneden ons deur. Zelfs dat was niet gelukt.

Ze zaten op ons dak. Ze bleven op het dak. En keken naar beneden, naar boven, naar de oude legervliegtuigen, naar de wind die je hier kunt zien, naar wuivende palmen, terwijl ze warmte voelden op hun huid, ze aten druiven en dronken wijn terwijl hij vertelde dat 70 procent van de homohuwelijken in België schijnhuwelijken zijn. Ik vond dat boeiend nieuws. Hij had ze in de statistieken geteld, de Russen en Roemenen van amper 20 die een Belg op leeftijd waren gehuwd, Hij verzekerde me dat ze allemaal Jesussen waren, Jesussen zoals dat nieuwste lief van Madonna. Stuk voor stuk stukken. Stukken die ik geen stukken vind. Of misschien juist teveel stuk. Om een stuk te zijn.

Champagne brunch in Raffles – de meisjes en valse madammen in orchard towers, ook wel the four floors genaamd – onze eigen mini blass – het jalan besar zwemcomplex vol verzuipende chinezen en het vakantiedorp waar onze vriend Hollander woont. De wet market. Sammy’s Curry. En natuurlijk Thaipusam. Ze hebben dan toch iets gezien, bedenk ik me. En: het was vakantie.

Mijn madammenasbak kon je ook langs onderen bekijken – van in het diepe felblauwe zwembadblauw zag je haar kont. En daar beet een witte rat in. Het was de mooiste asbak van de hele wereld. Ik wou hem tonen aan daringmadame. Maar nergens lag ze nog te dobberen. Zelfs niet in de ijskast. Ik werd neurotisch van mijn zoektocht. Maar nu is er berusting. Ze is weg. Voorgoed.

a night in little india

Posted in filmpjes by singajo on dinsdag, 17 februari, 2009
Tagged with:

Visit

Posted in Uncategorized by singajo on donderdag, 12 februari, 2009

U zult ondertussen misschien denken dat ik helemaal in een depressie ben verzonken maar niets is minder waar. Er liggen inderdaad dagen achter me waarop ik zelfs geen zin had om onze dakplanten te bewateren, laat staan dat de goesting er was om met de lift neder te dalen naar de gezellige drukte in Little India. Ik voelde me een beetje als een schildpad met een triestig hoofd. Pas toen we dreigden om te komen van uitdroging heb ik me voor het eerst terug onder de mensheid bewogen. De koloniaal van hetzelfde. Geen levenslust. Tot onze planten echt wel leken te sterven en wij collectief zegden: hup, vooruit met de geit. Wij leven toch graag!? En onze planten ook. We hebben ze gevoederd en snelden naar de winkel om nog wat soortgenoten bij te kopen zodat ze zich nooit eenzaam zouden voelen. Vreemde soortgenoten met lange tentakels of oranje bloemen, met gek gebladerte en geurend naar exotische bestemmingen, naar frangipane en jasmijn.

En toen kwamen zij. Mijn kaalhoofdige homoseksuele vriend vergezeld door de allerliefste daringmadame, voor wiens toog ik uren, dagen heb versleten in mijn Brusselse verleden. Fijn bezoek, heerlijk bezoek. Ze lopen nu ergens in de stad te dwalen, zich vergapend aan spleetoog mensen, koloniale gebouwen en tropisch groen. Aan mannen ook, zonder twijfel. Ze duwen me met hun vrolijke aanwezigheid terug in het leven, doen me opnieuw beseffen wat een zalig –en ja, ook wel zorgeloos leven – ik hier leid. Mijn kaalhoofdige homoseksuele vriend vraagt zich wel af waarom ik hem zo noem. Hij zegt: “ik noem je toch ook niet mijn roodharige heteroseksuele vriendin?” Daar heeft hij natuurlijk wel een punt. Maar anderzijds. Ik noem hem graag zo. Omdat homovrienden altijd anders zijn dan heterovrienden. Zeker als ze kaalhoofdig zijn, zoals hij.