Singajo's world

De man van plastiek

Posted in ontmoetingen by singajo on donderdag, 27 november, 2008

Nog een korteTatlerdag gehad deze week. ’t Was weer de moeite. Dit keer ten huize van een plaatselijke beroemde componist. Een man met een naar mijn gedacht verschrikkelijke smaak. Nu, ik hou ook wel van dieren in plastiek. Maar er zijn soorten. En grenzen.  In zijn geval waren het geen dieren maar planten en bloemen. Zelfs de palmbomen in zijn tuin bleken nep. Geen enkel blad groen kon daar verwelken. Bijna griezelig.

En dan die poes! Voor de draaitrap lag er een lelijk mormel te slapen. Precies echt, maar het beest verroerde niet toen ik er tegen schopte. Toch wel,  het viel om maar miauwde niet. Van pluche, zo bleek.   

Zelfs het eten op de marmeren toog was niet echt. Er hingen vuurrode pepers vervaardigd uit zijde en er stond een mand vol blinkend nepfruit.

De componist himself was door de jaren heen ook meer en meer plastiek geworden. Helemaal gladgestreken met een krachtig stoomstrijkijzer. Geen enkele rimpel meer. Op de vergeelde stoeffoto’s uit vervlogen tijden, met trofeeën en in het gezelschap van ander belangrijk volk, had hij tenminste nog kraaienpootjes en lachrimpels. Nu kan hij niet meer lachen, al zijn pogingen ten spijt. Lang leve botox, denk ik dan.

Wat een zielig creatuur. En wat een lelijk pronkerig huis. En toen zei de journaliste van dienst: “Ooooh what a lovely house! Gorgeous.” Soms val ik hier om van de slechte smaak der Aziaat.  

Culinaire les

Posted in Uncategorized by singajo on dinsdag, 25 november, 2008

Zo zei ze gisteren: “Ik heb aan mijn 16-jarige dochter gevraagd: ‘Allez, laat mij eens aan de uwe voelen’, en heb haar daarna aan  mijn tieten laten voelen en gezegd; nu kent ge  het verschil tussen bavarois en pudding.”

Vond ik wel een goeie.

Eskimofrak

Posted in Uncategorized by singajo on donderdag, 20 november, 2008

De voorbereidingen voor onze België-expeditie zijn begonnen. Een mens moet op alles voorbereid zijn. Als ik nu terugdenk aan mijn laatste bezoek aan ’t vaderland  in de nazomer van 2007 krijg ik al kouderillingen bij de gedachte aan hoe kil het daar kan zijn. Zelfs in de zomer. En nu zullen we ons aldaar begeven in putje winter. Ik haat kou lijden, verkleumde vingers en een bloedloos hoofd ten gevolge van vriestemperaturen of snijdende oostenwind. Ik functioneer niet in de kou. Ik bibber alleen maar.

Toen we gisterenavond, zo rond tienen door de gangen van Mustafa center op zoek waren naar nieuwe onderbroeken voor de koloniaal zag ik hem opeens hangen. Een echte Eskimofrak. In een winkel in de tropen, te midden van zonnig bebloemde hemden en korte rokjes. Een raar zicht. Lelijk was hij ook, die frak, maar hij zag er wel degelijk warm uit. En hij was spotgoedkoop. En als u zo eind december een viking ziet lopen door de Brusselse straten,  warm verpakt in een Eskimofrak, dan ben ik dat. (Gelieve mij dan niet aan te spreken want ik ben gesteld op mijn privacy).

eskimofrak

Mijn modegevoeligheid is  sterk achteruit gebold sinds ik hier woon. Als ik het maar warm heb. Doorgaans lukt dat op ons dak met weinig om het lijf. En vanaf heden  behoren de ijzige cinema-avonden ook tot het verleden.  Lang leve mijn Eskimofrak.    

Apostelnamen

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 19 november, 2008

18 november. Vandaag verjaart Wall Street broer en ik heb hem daar skypegewijs attent op gemaakt zowat 25 minuten voor middernacht, New Yorkse tijd. Het was hier ondertussen 25 minuten voor 12 uur noen en dus al pakweg 5 uur en vijfendertig minuten zijn verjaardag. Ingewikkeld.

Ik wou de eerste zijn.

Natuurlijk, hoe kon het anders,  waren er al wensen van ma en pa aan Wall Street bezorgd in de vorm van een handgeschreven kaart mooi verpakt in een omslag waarop moeder 2 van z’n 4 voornamen had geschreven- ge moogt ze weten: Simon Laurens (Anton Maurits). Als ze naar mij een kaart stuurt is dat ook steevast met Johanna Frederica (Florencia Antonia). Toch niet, neen, ik ben niet van adel. Alleen. Ons pa deed dat graag. Rijmnamen verzinnen die verwijzen naar zijn moeder (Flora), zijn broer (Antoine, onze nonkel Ton) en mijn moeders vader (Maurice).

Mijn fulltime werkende-huisvader-broer, de schepper van Nootje en Hannah en verkondiger van de boodschap: ‘werken dat doet ge om uw cd’s te kunnen betalen’, is Thomas Rene Anna gedoopt. Toen dacht onze vader blijkbaar nog niet aan rijmen maar wel aan zijn vader en aan de moeder van mijn moeder. Amai, het is bijna sacraal. Ik weet niet goed waarom ik nu moet denken aan onze apostelachtige namen. 

Ik was dus niet de eerste. Moeder is mij altijd voor. Maar dat is niet erg.

Nog een dikke maand en dan  zie ik de uitvinder van de rijmnamen, de vrouw met de buik waarin ik groeide en mijn twee broers terug. Zelden zo uitgekeken naar kerst.

Het zwarte woud

Posted in Uncategorized by singajo on woensdag, 12 november, 2008

Hij zag er redelijk oud uit, met een triestig leven achter zich. Hij lag tussen de afgewaaide herfstbladeren te huilen in het bos. Met in zijn rechterhand een pistool. Zijn laatste minuten en daar verschijnt opeens een naakte jonge vrouw, zij kijkt hem verschrikt aan,  hij lacht even – toch nog een mooi einde – en schiet zich een kogel door de kop.

Een beeld uit de slotscène van “Das Herz ist ein dunkler Wald”, gisteren gezien op het German Film Festival.

De naakte vrouw neemt het pistool op en neemt de bus naar huis, ze staart voor zich uit terwijl er een passend lied klinkt. Je ziet haar binnengaan, je hoort drie schoten en het is gedaan.

De naakte vrouw was moeder van twee kinderen en de vrouw van een kerel met een dubbelleven. Hij had twee gezinnen, maar dat wist ze niet. Tot ze het die ene ochtend dankzij een grapje van dochterlief te weten komt.

Beklijvend psychologisch drama. De Duitsers kunnen er toch wat van. 

Overlijdensbericht

Posted in Uncategorized by singajo on dinsdag, 11 november, 2008

Er heeft zich een heuse tragedie afgespeeld op ons dak. Een levensstrijd met slechte afloop. Er is 1 dode gevallen en die dode bevindt zich nu in een plastic zak van de seveneleven in onze oranje vuilbak. De koloniaal heeft het lijk daar gedeponeerd nadat hij het verzopen lichaam uit ons openluchtbad had gegraaid. Ik kon niet meer slapen toen hij het me deze ochtend vroeg-vroeg in de oren fluisterde. Ik zag de doodsstrijd zo voor mij. Ocharme. “Lag hij met zijn hoofd naar beneden? Of met zijn poten in de lucht?”, vroeg ik me af. “Zou hij lang hebben gesparteld? Kon hij niet zwemmen? Moeten we nu een trapladdertje bevestigen aan de binnenkant van ons bad om nieuwe tragedies te voorkomen? Zouden zijn vriendjes hulpeloos hebben toegekeken? Waarom heeft er niemand om hulp getsjiept?”

Ik ga subiet de vuilbakzak deponeren in de straatvuilbak voor het hier begint te stinken naar rottende mus.  

Tagged with: ,

Moet er nog Bond zijn?

Posted in Uncategorized by singajo on maandag, 10 november, 2008

Vroeger hadden de James Bond films nog iets gezellig kitscherigs en was hij een gladjanus met stijl die me toch deed lachen. Hij is een beetje te serieus geworden vind ik (hij is met moeite op 1 vrouw gekropen!), en de Bondgirls, die  zijn ook niet meer wat ze ooit waren. Ik vond James Bond vroeger best entertainend om naar te kijken maar gisteren zat ik vooral te geeuwen in de koude cinema. Het was zelfs niet spannend, geen greintje.  Een actiethriller noemen ze dat, ik vond het eerder een giller.  Quantum of Solace is met stip een van de meest dwaze films die ik ooit heb gezien. Sorry Daniel.  

Over poesjes en zo

Posted in Uncategorized by singajo on zaterdag, 8 november, 2008

Deze blog is ongewenst populair bij mensen die hun schaamhaar willen kleuren,

bij bronstige venten op zoek naar de kostprijs voor 1 nacht anale seks met een Thaise shemale,

of naar vertier met  Vietse hoertjes voorzien van lekkere kontjes of natte blitse poesjes,…

ze zijn op zoek naar een wegbeschrijving voor orchard towers, 

of de prijs van een pijpbeurt bij een mature luxehoer 

en foto’s van de hottest shemale in the world.

U ook?

WEL IK KAN U NIET HELPEN.

Ik zeg het u,

als ik de search terms van mijn vroom blogje bekijk,

lijkt het wel of ik ben de eigenares van een vunzig uitzendkantoor voor hoeren en consorten.

DAT IS NIET ZO.

En vrouwen blijken de laatste dagen trouwens vooral op zoek naar info over de Amsterdamse wintersolden

en plastieken zitbanken

en plaatsen waar ze olifantenorenplanten kunnen kopen.

Alhoewel die vrouwen natuurlijk ook mannen kunnen zijn die eens niet op zoek zijn naar een blitse natte poes.

Blogmoe dus, nog steeds.

Ik ben blogmoe

Posted in Uncategorized by singajo on vrijdag, 7 november, 2008

misschien gaat het over, misschien ook niet.

Sebuku dus.

Posted in Places where nobody goes, Uncategorized by singajo on maandag, 3 november, 2008

Na drie dagen stoffige mijnputten trokken we naar Sebuku. Een eiland waar geen mens komt als hij er niet moet zijn. We zijn er vanuit Balikpapan naar toegevlogen met een vliegtuigje niet groter dan een cockpit. Knus, dat wel, maar ik had de avond voordien in onze hotelkamer naar een documentaire gekeken op National Geografic over vliegtuigrampen en ik kan niet ontkennen dat dit mijn gerust gemoed iets uit balans bracht. Zeker toen ik merkte dat piloot en copiloot constant aan het kibbelen waren, niet overeen kwamen in de keuze van het radarbeeld en tot overmaat van ramp ook niet heel goed wisten op welk pietluttig eiland ze nu juist moesten landen. Voorzeker de eerste keer dat het duo naar dit verscholen oord vloog.

En dan die landingsbaan, we kwamen in volle vaart aangevlogen maar er lag nergens iets dat op tarmac leek,  ik zag alleen maar modderig zand. Achteraf gezien bleek het een van mijn zachtste landingen ooit en de aanblik van het luchthavengebouw deed denken aan tijden die bij ons nooit hebben bestaan. We zijn tot aan het tuinhuisje getaxied en daar stond een oude man met gele gummie laarzen en een houten kruiwagen met bijna vierkant wiel om de bagage op te laden. In de voortuin van het tuinhuis stond een blanke man nonchalant een sigaar te roken, en het interieur deed eerder denken aan dat van een bruine kroeg dan aan een plaats waar vliegtuigen doorgaans landen. Daar stond ook Didi, de donkere mining manager die verdacht veel weg had van een Indo versie van Den Dikken uit Laurel en Hardy. Hij werd onze gids en het begon meteen goed toen we in de mijn office aankwamen na een korte rit door modderige plassen door een domein dat veel weg had van een legerbasis. “So you want to leave tomorrow?”, vroeg Din, de meest funky shipping en marketing manager die ik ooit in m’n leven heb gezien. Zonder het zelf te beseffen leek hij zo weggelopen uit een Pulp Fuction-achtige film. “Just call me Dean” zei hij, “James Dean”. Niet dat hij er op trok of zo, met zijn groot gebit vol grauwe tanden, met zijn lange zwarte pagekop en ondanks zijn seventies broek. Maar het werkte. Din was de eerste van wie ik de naam kon onthouden.

“Yes we leave tomorrow”, zei ik, “we have a flight at 1 pm.”  – “But there is no flight at 1 pm tomorrow and the flight at 9 pm is fully booked”  – “I see. Day after?” – “No, no. No planes in the weekend! Just stay! It’s fun here. A nice resort. Yes! Yes! Stay.”

En we bleven dus tot maandag . Didi bracht ons naar het Beach camp, een drassig park vol houten slaaphuizen, en een kantine waar je kunt ontbijten van 5 tot half 8. En dineren kan  van half zes tot kwart voor acht pie em. Het had wel iets, al die blauwe huizen langs modderige wegels met een vergezicht op de zee. De slagbomen waar we onder door moesten, de overvloed aan zwart bebobotte security mannen, de druilerige regen en in de verte het geluid van crunchende steenkool.      

Nog een klein detail: er was in het hele kamp geen druppel alcohol te krijgen en ik stond daar toch wel van versteld. Misschien niet vreemd omdat we ons in Moslimcontreien bevonden, maar ’t voelde toch raar, zonder aperitiefje na een harde werkdag.

Beach Camp

Nog eigenaardig voelde de kantinesfeer. Behalve de vriendelijke dienstertjes was er niemand die eruitzag alsof het leven een geschenk is. Allemaal staarden ze naar hun trouwens overheerlijke bord eten en aten ze stilzwijgend tot de laatste rijstkorrel hun sauserige bord leeg. En dan reden ze in hun  4X4 naar hun kampplaats, naar bed. Stille nachten, donkere nachten, slaapnachten  zonder enig vertier. Alhoewel. Er bleek na een dag research dan toch een gelagzaal aanwezig, neergepoot op het strand door ene Les uit Groot-Brittannië die al 10 jaar van het kampleven geniet. In bevoorrechte positie dan, poen scheppend waarmee hij al een restaurant voor zijn blonde tweelingdochters heeft gekocht op Gran Canaria. Hij denkt duidelijk aan zijn pensioen. Een ingenieur kan zich al eens iets meer permitteren dan een gewone werkmens, zo ook het bouwen van een strandbar op het eiland van krijgsgevangenschap. De pinten biedt hij gratis aan, maar zijn bar is dan ook nagenoeg leeg, enkel guests komen er over de vloer en alleen maar als hij er zelf zin in heeft.  En hij had er maar 1 avond zin in.

Het went trouwens wel, dode avonden in een onderkomen waar de lichten om 9 uur uit moeten, een barak waar altijd dezelfde twee mannen zitten zagen tegen elkaar, de ene een cola drinkend, de andere nippend van zijn thee en lurkend aan zijn dikke stinksigaar. Avond in avond uit zitten ze daar van acht tot negen, ze lijken op  die twee zageventen uit de slotscène van no country for old man. Fuckin’ boring.

Stockpile night view

Maar als studiereis was deze uitstap meer dan interessant. Ondanks het strontweer zonder schone blauwe luchten, het strontweer waar de koloniaal krankjorum van werd. Omdat een blauwe hemel zo veel mooier is dan een fletse grijze wolkenmassa. Hij kon zijn werk niet goed doen, vond hij. En ondertussen konden de gravers en truckers hun werk ook niet doen, de grond was te nat. En denk maar niet dat ze gezapig en blij lagen te luilakken in hun zetel. Immer en altijd paraat voor het eerste weersomstandig beterschap. Want no rides, no money. 

Tagged with: ,