Singajo's world

Het Straatje (2)

Posted in Het Straatje - een fictief verhaal by singajo on maandag, 14 juli, 2008

Episode II – Het vertrek van Gustaaf en Julia

Huisnummer 26 was zonder twijfel de meest pompeuze nederzetting van Het Straatje. Gustaaf, de eigenaar van een pompstation woonde er samen met zijn vijfde vrouw Julia en hun drie honden; de twee keffers Terry en Tiny en Bianca de dobberman. Alvorens ze in het jaar 1971 aan de bouw van hun opzichtige villa begonnen, lieten ze 16 camions gevuld met eersteklas polderaarde hun lading leeg kieperen op hun ruim bemeten lap grond. Hun huis zou en moest in de hoogte staan zodat iedereen kon zien dat zij niet zomaar mensen waren, maar mensen met veel centen en een slechte smaak. Dat laatste vooral. Op de een of andere manier was hun huis een mengeling van een middeleeuwse burcht, een buitenverblijf van een Franse Keizer en een oerdegelijke Vlaamse fermette. Overal veel marmer en gouden deurklinken, maar evengoed een rieten dak. In de voortuin lag een grote vijver vol waterlelies en plastieken flamenco’s,  er stonden gipsen replica’s van Griekse goden en discuswerpers. En de vijverfontein spetterde immer, dag en nacht.

Julia en Gustaaf hadden niet alleen veel centen en een slechte smaak, ze waren bovendien ongelukkig gezegend met een aangeboren angst voor dieven en een derde wereldoorlog. Uit voorzorg bevond zich onder de berg een schuilkelder waar alle bewoners van het  Straatje terecht konden indien het ooit zo ver zou komen met die “World war trie”, zoals Gustaaf het placht te noemen. Hij verhief zich zo bij voorbaat tot redder van een kleine leefgemeenschap en bij het geringste nieuwsbericht over een nakende hongersnood in een ver Afrikaans land, of een oorlogje tussen rebellen en een Zuid-Amerikaanse regering vlamde Julia met haar beenhouwers Mercedes naar de Colruyt – ze waren rijk maar ook gierig – om een immense voorraad levensmiddelen in te slaan. Meestal schonk ze de producten als hun houdbaarheidsdatum verstreken was en in een bui van menslievendheid aan de Voedselbank. Maar dan alleen als de honden het eten echt niet lustten.

Gustaaf had een groot jachtgeweer en Bianca, zijn ranke dobberman had panterkwaliteiten en een muil zo groot als die van een krokodil. Zelfs de postbode waagde zich niet op hun domein, laat staan dat een dief het zou geprobeerd hebben. Nochtans was Gustaaf niet in het bezit van passende kogels voor zijn geweer en verbleef  Bianca doorgaans in haar hondenparadijs van 4 meter op twaalf. Zelfs Gustaaf, die door de buren kortweg Staf werd genoemd, durfde niet meer met dat gevaarte op straat omdat de ontspannende activiteit die het hondje uitlaten zou moeten zijn  er uitzag als een gevecht, een oneerlijke strijd tussen baas en dier waarin het dier steevast de sterkste was. Puffend, hijgend en zwetend had hij achter haar aangelopen en voor een kleine man die last had van een Napoleoncomplex was het een marteling om zo door de spelende buurtkinderen, die hun gegniffel niet onder stoelen of banken staken, aanschouwd te worden en  zo kwam het dat Bianca haar hondenparadijs niet meer mocht verlaten aan de leiband en het in de achtertuin veelal geurde naar een kwekerij van biologisch afbreekbare mest.

Maar op een hete dag in de zomer van 1976, toen het Straatje al goed volgebouwd stond met middenklasse gezinswoningen in allerhande stijlen en formaten, was Bianca erin geslaagd om tijdens de voedselbedeling uit haar hok te ontsnappen. Op dit onfortuinlijke moment was Igor met zijn fiets, die hij enkele maanden voordien cadeau had gekregen voor zijn eerste communie, rondjes aan het rijden in het Straatje. En daar kwam Bianca aangerend, sneller dan een wervelwind, haar hongerige ogen op de kleine jongen gericht en onderwijl een angstaanjagend geblaf producerend. “Blaffende honden bijten niet”, moet Igor naïef gedacht hebben want hij stapte van zijn fietsje en keek vol verbazing, zelfs bewondering hoe het monster met de krokodillenmuil op hem afkwam. “Loop weg! Ga weg!”, schreeuwde Staf die met een nat zwetend hoofd achter de hond aanholde, “vlucht!”

Toen Igor een halfuur later op de operatietafel lag van de provinciale kliniek, waren zijn laatste woorden voor hij in een diepe narcose wegzonk: “Mama? Mogen spreekwoorden dan liegen?”

Het is nooit meer goed gekomen tussen de familie Leroy en Staf en Julia. Zelfs Tijgertje, de roste kat van Boris, heeft zich gewroken. Hij zette zijn klauwen in de ogen van  Terry, de overvoede keffer die niet goed te been was. Na dit duel zag Terry voor de rest van zijn korte hondenleven niet meer uit zijn ogen en besloten Gustaaf en Julia om, aan de vooravond van hun pensioen, elders een burcht te bouwen. 

Tagged with:

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. vandepotgerukte said, on maandag, 14 juli, 2008 at 11:49 pm

    Goeden klinken en een rieten dak. Hilarisch. Dus nu zit gans de buurt zonder schuilkelder?

    Was getekend


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: